Tags

Verleden week was ik aanwezig bij de informatieavond over de plannen om op de Huizermaatweg het gebouw Borghstede te vervangen door 2 woontorens, 6 en 10 verdiepingen hoog.
Op Twitter en Facebook was sinds begin januari op voorhand al heel veel te doen over deze plannen. De meeste commentaren waren negatief, in verzorgingshuis de Marke werden er al 98 handtekeningen verzameld tegen de komst van “Bijlmertorens”. Gezien het feit dat de nieuw te bouwen torens directe buren gaan worden kan ik me daar wel iets bij voor stellen.
Het verzet tegen deze torens groeide al nog voordat alle informatie op tafel lag. Hoewel ik zelf ook niet direct warm kan lopen voor het idee een mooi gebouw om te ruilen voor een paar flatgebouwen vond ik het zonder nadere informatie niet goed mogelijk een oordeel te vormen.
Inmiddels heb ik zowel de presentatie van het bouwplan gezien als alle argumenten vóór en vooral heel erg veel tegen het voorstel gehoord. Het blijkt niet te gaan om een wilde ingeving van het college maar om een bouwplan van de huidige eigenaar, die hiervoor een vergunning heeft aangevraagd. De huidige bestemming is onmiskenbaar kantoorruimte. Het college heeft de bevoegdheid om dit bestemmingsplan te wijzigen maar zou er ook voor kunnen kiezen de aanvraag af te wijzen omdat het in strijd is met het bestemmingsplan.
Nu heeft het college in haar programma al aangegeven de vele leegstaande kantoren indien mogelijk te willen ombouwen tot woonruimte. Wethouder Verbeek onderstreepte ook dat er in Huizen met name onder senioren en jongeren een flink aantal woningzoekenden zijn. Dat het college bereid is om te onderzoeken of er draagvlak voor het woontorenplan is is dus op zich niet vreemd.
Vraag is natuurlijk wel of de aangekondigde prijzen (€ 700 á 800) nog zodanig zijn dat het voor jongeren ook een betaalbare oplossing biedt. Een terechte opmerking tijdens de inspraakavond was bovendien dat er in de uitnodiging voor deze avond gesproken werd van woningen voor senioren. Ter plekke bleek het echter te gaan om woningen voor zowel senioren als jongeren. Deze niet geheel juiste informatie in de uitnodiging zou er toe hebben kunnen leiden dat er relatief weinig jongeren aanwezig waren.
Dat omwonenden op zijn zachtst gezegd niet enthousiast worden voor het idee van twee woonreuzen in de buurt was te verwachten. Mij persoonlijk spraken de tekeningen ook niet aan, ik vind het fantasieloze recht toe recht aan torens waarvan het effect zowel qua uitzicht als qua zonlicht een behoorlijke stempel op de directe omgeving zal gaan drukken.
Een beetje te zot wordt de kritische toon echter als er gesuggereerd wordt dat het college van zins zou zijn dit plan er door te drukken. Hierbij worden voorbeelden uit het verleden aangehaald als bewijs dat zoiets de gebruikelijke gang van zaken zou zijn. Nota bene een aantal plaatselijke politici doen aan deze zeer negatieve beeldvorming mee, daardoor actief bijdragend aan het wantrouwen van burgers
Een paar kanttekeningen wil ik hierbij wel maken.
Ten eerste, alhoewel ik niet weet of doordrukken van bouwplannen zonder draagvlak in het verleden gebruikelijk is geweest, vind ik de achterdocht erg voorbarig. Het college is op 1 partij na volledig vernieuwd. Waarom er van uitgaan dat eventuele fouten uit het verleden als vanzelfsprekend door het nieuwe college ook gemaakt zullen worden?
Ten tweede: de wethouder gaf duidelijk aan dat er op dit moment slechts sprake is van een vergunningsaanvraag waar het college een besluit op moet nemen. Er zijn geen toezeggingen gedaan of afspraken gemaakt. Ergo, er is nog geen besluit gevallen. Men zou de aanvraag af kunnen wijzen, toe kunnen staan of, en dit laatste is gezien de grote weerstand een heel reële optie: de aanvrager met een ander voorstel laten komen.
Hoewel het college zelfstandig een besluit kan nemen over dit bestemmingsplan mag ik toch aannemen dat zij ook oor heeft voor de mening van politieke partijen in de raad. Echte volksvertegenwoordigers gebruiken hun partij en de raad om het volk te vertegenwoordigen. Ik moet en wil daar als burger op kunnen vertrouwen. Als politici zich zelf gaan gedragen als wantrouwende boze burgers breken zij het toch al steeds brozer wordende draagvlak voor de politiek nog verder af.
Misschien ben ik naïef als ik nog geloof in eerlijkheid, in een bestuur dat het belang van alle inwoners voor ogen heeft, dat kan. Of is de bewering dat inspraak niets voorstelt, dat de mening vragen van omwonenden slechts een formaliteit is een voorbeeld van constructief oppositie voeren? Dan is het misschien verstandig voor politici om zich bijtijds te realiseren dat, op een dag, u zelf weer in de coalitie zit. Als er dan nog burgers over zijn die de moeite nemen om te stemmen natuurlijk.

Advertisements