Tags

, ,

Vanzelfsprekend heeft iedereen het recht op vrije meningsuiting. Maar… bestaat er naast het recht op vrijheid van meningsuiting ook een recht om verschoond te blijven van andermans oprispingen?
Wat als die vrije mening op zodanige manier wordt verspreid dat het onmogelijk wordt om er aan voorbij te gaan?
De poster van rtv-nh heeft in ieder geval zoveel stof doen opwaaien dat de reclamecodecommissie zich nu over de vraag buigt of de klachten die zij over deze poster heeft ontvangen terecht waren.

Al eerder schreef ik dat ik in verwarring was met betrekking tot het argument vrijheid van meningsuiting. Rtv-nh maakt met haar reactie op de ophef over de poster de verwarring alleen nog maar groter. Afwisselend noemt zij de poster reclame of een journalistieke vraag bij een regionaal thema en trekt vervolgens de kaart van de vrije meningsuiting.

Ik kreeg bij toeval de kans om bij de hoorzitting van de reclamecodecommissie aanwezig te zijn en mijn mening te geven:

– Het betreft hier géén journalistieke vraag. Als er namelijk werkelijk sprake zou zijn geweest van een zuiver journalistieke vraag behoort deze gesteld te worden aan de juiste instanties. Dit zijn onder andere de AIVD en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Een journalistieke vraag zou weliswaar tevens reclame kunnen zijn áls zij zou verwijzen naar een programma dat binnenkort het antwoord op deze vraag zal leveren. Dat een dergelijk programma niet bestaat of verwacht wordt is in mijn ogen misleiding.

– Rtv-nh stelt dat het haar maatschappelijke verantwoording is om actuele regionale thema’s aan de orde te stellen. Maar: Jihadisme vormt in het Gooi niet een aantoonbaar groter probleem dan in de rest van Nederland. Het onderwerp was inderdaad in de gemeente Huizen in september 2014 actueel maar dat is inmiddels wel 9 maanden geleden. Er is in Huizen een speciaal telefoonnummer ingesteld dat welgeteld 6 keer gebeld is door inwoners die vragen hadden of zich zorgen maakten. Helaas heeft rtv-nh van dit telefoonnummer zelf geen gebruik gemaakt anders had zij geweten dat het onderwerp lang niet zo veel leeft als zij zelf suggereert. Tot zover ook de journalistieke moeite die rtv-nh heeft genomen om een antwoord te vinden op haar eigen vraag…

– De ophef die over de posters is ontstaan ziet rtv-nh als het bewijs dat jihadisme in het Gooi een relevante maatschappelijke vraag is. Dit is een drogredenering. De ophef die is ontstaan gaat niet over jihadisme in Huizen of het Gooi maar over de vraag of deze reclame wel of niet binnen de grenzen van fatsoen blijft.

– De vraag, op deze wijze gesteld, zet aan tot gevoelens van angst en tot tweestrijd.
Enerzijds, gevoelens van angst voor jihadisme, dat zich per definitie aan het gewone oog onttrekt. Er is maar één zekerheid als het gaat over jihadisme; elke jihadist noemt zich tevens moslim.
Waar jihadisten als zodanig niet herkenbaar zijn gaat dit niet op voor moslims. Zij zijn als groep wél herkenbaar. De vraag wakkert angst voor moslims aan.
Anderzijds veroorzaakt deze vraag ook gevoelens van angst voor islamofobie en de soms extreme uitingen daarvan. Deze angst bestaat zowel onder moslims als onder niet-moslims.
Door de wijze van het stellen van de vraag (retorisch) heeft rtv-nh veel maatschappelijke onrust veroorzaakt en daarmee het effect bereikt dat zij zocht. Op geen enkele manier is het algemeen belang hiermee gediend.

Mijn grootste bezwaar tegen deze posters is echter dit:
– Door de woordspeling Huizen, de bijzondere woningen uit Huizen op de achtergrond en het gebruik van de woorden NOG ANDERE JIHADGEZINNEN is het onmiskenbaar: de poster verwijst naar de 2 gezinnen die eerder in het nieuws kwamen.
Tot die gezinnen horen 5 jonge kinderen, kinderen die inmiddels al een flink trauma hebben opgelopen.
Deze kinderen zitten in Huizen op school en moeten hier na alles wat er is gebeurd hun leven weer op de rit krijgen.
De poster van rtv-nh was niet te missen, ook niet voor kinderen. Niet alleen deze 5 kinderen maar ook hun klas- en schoolgenootjes worden hierdoor opnieuw geconfronteerd met en betrokken bij een zaak waar zij niets aan kunnen doen en waar zij buiten gehouden zouden moeten worden.
Het argument dat het de verantwoording van de ouders is gaat hier niet op, het is rtv-nh die ervoor heeft gekozen opnieuw de aandacht op deze gezinnen te vestigen. En daar ligt mijns inziens een terechte reden voor een klacht bij de reclamecodecommissie want:

Bij het beoordelen of reclame de grenzen van het goed fatsoen overschrijdt wordt mede gelet op de wijze waarop zij is gepubliceerd en het effect dat zij op het publiek heeft. Bij een uiting die op een zodanige wijze wordt gepubliceerd dat het publiek zich niet aan confrontatie daarmee kan onttrekken, zijn de grenzen van hetgeen toelaatbaar kan worden geacht eerder overschreden dan bij uitingen die op een andere wijze worden gepubliceerd. Hierbij dienen onder meer de frequentie waarmee men de uiting ziet en de situering van de uiting te worden meegewogen.
Wanneer er ook kinderen worden geconfronteerd met de reclame dient de maker zich nog meer bewust te zijn van de effecten.

Het oordeel van de reclamecodecommissie zal naar verwachting nog twee à drie weken op zich laten wachten.
Mijn eigen oordeel heb ik inmiddels na afweging van alle argumenten wel gevormd.
Vrijheid van meningsuiting is een groot goed maar gaat het boven het recht van kinderen om beschermd te worden tegen de slimme jongens van een reclamebureau? Ik vind van niet.

Advertisements