Hopeloos ontegenzeggelijk verdwaald.

Tags

,

Hopeloos ontegenzeggelijk verdwaald, kort weg HOV in ’t Gooi.

In de rondetafelgesprekken in de gemeente Blaricum heeft zich iemand gemeld die voorstander is van de HOV-Meentvariant door Huizen en Blaricum.
Inspreekster wijst o.a. naar de gemeente Huizen die onderzoek wil naar het probleem bij de bushalte/carpool A27. Ook verwijst zij naar de petitie tegen de vrije busbaan door Huizen/Blaricum.
Volgens inspreekster zijn besluiten die de raad van Huizen neemt discutabel, is de petitie tegen de vrije busbaan misleidend en het resultaat mager. De arrogantie van deze inspreekster gaat wel erg ver, het zou mij niet verbazen als zij zich binnenkort verkiesbaar stelt, gedeputeerde voor provinciale staten…

Allereerst, de petitie is een eenvoudig burgerinitiatief dat geheel en al tegen de verwachting in een heel eigen leven is gaan leiden. Juist de onverwacht grote respons geeft dit initiatief waarde.
Overigens vind ik ook dat kritische kanttekeningen aan het adres van de gemeenteraad van Huizen beter aan inwoners van Huizen kan worden overgelaten. (Ik kan het weten, ik doe niet anders.)

Tot op heden heeft inspreekster mij niet gevraagd naar mijn reactie maar bij deze:

Geachte inspreekster,

Graag wil ik reageren op uw bijdrage aan de rondetafelgesprekken in Blaricum, met name het deel waarin u de petitie noemt.
Ik had de vraag op welke gronden u meent te kunnen beoordelen dat de raad van Huizen discutabele moties aanneemt willen onderdrukken maar mijn nieuwsgierigheid wint. Kunt u de stelling dat een motie die door het overgrote deel van de raad is aangenomen discutabel is met argumenten ondersteunen?

Vervolgens wil ik even reageren op het, overigens nogal flauwe, argument van de aantallen. Ondanks uw uitgesproken aversie tegen “gegoochel met cijfers” maakt u zich er nu zelf ook schuldig aan. In uw berekening van het aantal inwoners dat een handtekening onder de petitie heeft gezet gaat u uit van het totaal aantal inwoners. Wellicht is het u ontgaan dat grote groepen mensen niet gerechtigd zijn hun handtekening te zetten. Baby’s bijvoorbeeld hebben geen stemrecht.
Uitgaande van het aantal kiesgerechtigden in Huizen en Blaricum vertegenwoordigen 3300 handtekening een percentage van 13,8 % in plaats van de 6,5 waar u op uitkomt. Maar dit terzijde.
Die 13,8 procent zijn gerealiseerd in kort tijdsbestek met minimaal bereik en bij het overhandigen ervan heeft de initiatiefgroep al aangeboden om elk ander door mevrouw Post als significant erkend aantal te verzamelen.

De inhoud van de petitie was inderdaad gericht tegen een vrije busbaan. Naar onze stellige overtuiging is een vrije busbaan de uiteindelijke onvermijdelijke uitkomst van de Meentvariant. Met opzet gebruik ik hier niet het woord meerijdvariant aangezien er naar ons idee geen sprake kan zijn van meerijden als tegelijkertijd aanzienlijke aanpassingen moeten worden gedaan in de openbare ruimte. In gesprek met mevrouw Post is nogmaals duidelijk geworden dat die aanpassingen wel degelijk gedaan moeten worden, al geeft zij er bij aan dat dit in fasen gerealiseerd kan worden.

De politieke discussie is niet mijn terrein al zou ik graag met u in debat gaan aangaande uw stellige bewering dat een vrije busbaan dichterbij dan ooit is, als de gemeente Huizen niet snel akkoord gaat met de door u gewenste variant. Dat lijkt eerder op chantage dan op een argument. Naar mijn mening niet de manier om een discussie te beslechten en ook niet bijzonder overtuigend.

Maar boven alles wil ik u toch graag hartelijk danken.
In de afgelopen maanden hebben wij, leden van de initiatiefgroep, onze uiterste best gedaan om redenen te vinden die zouden kunnen pleiten vóór het HOV en de onvermijdelijke vrije busbaan.
Ik wil u graag een compliment geven dat u de eerste bent die daar in slaagt: het oponthoud voor automobilisten vanuit de Bijvanck is onacceptabel.
Werkelijk een juweeltje. De ironie….
Hoogwaardig openbaar vervoer is vooral van belang voor de automobilisten.

Advertisements

Eieren voor mijn geld.

Tags

,

 

Zelf ben ik zeker geen voorstander geweest van een referendum met Oekraïne als inzet. Ik ben geen aanhanger van Geen Steil, integendeel. Maar of ik het nu leuk vind of niet, het referendum is een feit geworden.

Dat laat mij drie mogelijkheden:

Mogelijkheid A. Niet stemmen.
Heb ik zeker overwogen maar deze mogelijkheid direct overboord gegooid toen door sommige politici dit werd voorgesteld met de bedoeling de kiesdrempel niet te halen. Pardon? Politici die de hulp van burgers in roepen om hun stem niet te gebruiken zodat zij, politici, een goede reden hebben om de uitslag te kunnen negeren?
Ik heb nog nooit een kans om te stemmen over geslagen en de eerste keer in mijn leven dat ik het overweeg maakt de politiek mij op slag duidelijk waarom dat de allerslechtste keus is. Zeker weten dat ik toch ga stemmen, dus:

Mogelijkheid B. Voor het verdrag stemmen.
Heb ik heel erg oprecht overwogen want:
Natuurlijk wil ik Oekraïne graag steunen en het interesseert me echt niet of dit een opstapje naar een lidmaatschap van de EU is. Als dat zo zou zijn, so what?
Niet dat ik niet bang ben voor de rechts-extremisten uit die hoek maar die hebben we hier helaas ook en nog dagelijks groeiend in aantal.
Meer democratie? Natuurlijk gun ik dat Oekraïne van harte.
Meer westerse normen en waarden? Minder corruptie? Meer acceptatie van andersdenkenden of geaarden? Mooi, mooier, mooist.
Oekraïne heeft inderdaad veel te winnen bij een “JA”.
Bovendien zou een ja-stem een weerwoord zijn op de eigen-volk-eerst emotie die het uitgangspunt lijkt te zijn van veel tegenstanders.

Tenslotte mogelijkheid C. Nee stemmen.
De derde en laatste optie. Op dit moment voor mij de enige optie.
Nadat ik dus zojuist geconstateerd heb dat er zoveel redenen zijn om ‘ja’ te stemmen ga ik alsnog voor ‘nee’. Simpelweg omdat alle argumenten er niet wezenlijk toe doen.
Het verdrag wordt aangeprezen door onze politici want: “goed voor ONZE economie”. En voor de mensen die moeite hebben met deze grenzeloze ikke-ikke mentaliteit voegt men er dan aan toe dat het straatarme Oekraïne er ook beter van wordt.
Pertinent onwaar. De straatarmen in Oekraïne worden er niet beter van.
Zoals er nog nooit vrede is gekomen door het gooien van bommen zo is er ook nog nooit een straatarme, kansloze mens beter geworden van de handelsakkoorden die hun corrupte politici afsluiten. Dat is namelijk het onveranderlijke kenmerk van corrupte politiek, het dient nooit het volk.
Het akkoord zou Oekraïne ten goede komen want corruptie bestrijden en helpen bij de ontwikkeling van meer democratie. Wat????? En waarom zouden de corrupte machthebbers van Oekraïne een akkoord sluiten dat een eind zou maken aan hun eigen comfortabele positie? Waar in de geschiedenis is dat eerder gebeurd?
Juist, ik kon het ook al nergens vinden.

Alle argumenten van voorstanders gehoord en serieus wikkend en wegend kom ik tot de schokkende conclusie dat elk argument dat vóór het handelsakkoord pleit tegelijkertijd het beste argument tegen is.
-Het handelsakkoord dient NIET de belangen van Oekraïne maar eerst en vooral dat van onszelf. Voor zover het akkoord de belangen van Oekraïne wel dient zijn dat de belangen van de huidige machthebbers. Dat diezelfde machthebbers dit akkoord graag zouden willen afsluiten om vervolgens gezamenlijk de corruptie in de Oekraïne te gaan bestrijden is totaal ongeloofwaardig.
-Dit akkoord maakt ruimte voor de vrije markteconomie, aldus veel politici.
Duidelijk. Als er één ding is waar ik op afhaak is het wel de ongebreidelde, onbegrensde vrije-markt gedachte. Rupsje nooit-genoeg is niet mijn vriendje.
-Dit akkoord is goed voor onderdrukte groepen in de Oekraïne, zoals homoseksuelen (m/v) De hypocrisie bereikt nu wel de absolute top. Het lot van anders-geaarden heeft ons nog nooit een flikker geïnteresseerd. (Sorry, ik bedoel dit niet grappig)
Je moet die dingen los zien van elkaar….    Verschillende opvattingen over zaken als mensenrechten en politiek weerhielden Alexander en Mark ten tijde van de Russische spelen niet van een goed gesprek met Poetin. Maar als het gaat over een handelsakkoord moeten we plotseling wél begrijpen dat Poetin de vijand is.Omdat hij dat akkoord niet wil moeten wij het juist wel willen.              Ga toch weg joh.

Dit referendum dat ogenschijnlijk over een handelsakkoord gaat, over de Oekraïne lijkt te gaan, gaat in feite over iets heel anders. Het gaat over vertrouwen.
Vertrouwt u nog in de democratie, in de politiek, ja of nee. Dat is de echte vraag.

Uiteindelijk blijken alle rationele argumenten niet meer te zijn dan een leuk verkooppraatje. Zakelijk belang vermomd als westerse bekeringsdrift en goedertierenheid.

Ik ben geen liefhebber van de onderbuik, integendeel. Ik realiseer me ook terdege dat veel van de nee-stemmers juist uit die hoek komen. Maar is dat een reden om dan maar blind vóór te gaan stemmen? Ik vind van niet.

Heb ik nog vertrouwen in de politiek, in Den Haag, in de EU?
Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese commissie geeft het antwoord:
“When it becomes serious, you have to lie.”
“We decide on something, leave it lying around, and wait and see what happens. If no one kicks up a fuss, because most people don’t understand what has been decided, we continue step by step until there is no turning back.”
“Of course there will be transfers of sovereignty. But would I be intelligent to bring attention to that?”
“I am for secret, dark debates.”

En de laatste redenen die ik heb om tot mijn NEE te komen zijn:

– De regering heeft al ruim van te voren aangekondigd géén gevolgen te zullen verbinden aan de uitkomst van het referendum. Oftewel, het doet er niet toe wat de uitkomst wordt.
– Het akkoord is al van kracht. Oftewel, het maakt niet uit wat ik stem.

Dat doet mij ergens aan denken, iets met een referendum vóór of tegen Europa.
Ook toen deed de uitkomst er uiteindelijk niet toe.

Als mijn stem voor of tegen een handelsverdrag uiteindelijk voor Oekraïne toch niets uitmaakt dan zal ik mijn stem gebruiken om er een signaal mee af te geven:

Aan de politiek:
Als u de burger belazert waar hij/zij bijstaat bent u zelf de sloper van de democratische waarden die u zo graag in de rest van de wereld zou willen verspreiden.
U maakt zichzelf niet alleen ongeloofwaardig, u bent ook lachwekkend. Klein Duimpje in veel te grote laarzen.
Democratie kan niet zonder draagvlak en vertrouwen. Alleen met vertrouwen kunt u draagvlak creëren. Verbeter de wereld en begin bij onszelf.
Alstublieft?

 

De vrinden van de vrije busbaan.

Tags

,

 

Journalist te huur, tegen elk aannemelijk bedrag,                                                   Ik bied grote koppen en kleur het nieuws zoals het u uitkomt.

En precies op deze manier trok de Gooi- en Eemlander de afgelopen dagen weer eens de aandacht in de regio en met name in de gemeenten Huizen en Blaricum.
In een paginagroot artikel van woensdag 16 december j.l. en een vervolgartikel van vrijdag 18 december, wederom paginagroot, suggereert de journalist er lustig op los.
Uit geheime (oei, nu wordt het spannend..) conceptnotulen moet blijken dat de wethouder van Huizen een (nog meer TADAA, tromgeroffel) misstap heeft begaan door de raad niet volledig te informeren.

In het eerste artikel komen drie wethouders aan het woord, allen VVD, van respectievelijk Hilversum, Laren en Eemnes, allen voorstander van een vrije busbaan door, jawel, Huizen.
Ook gedeputeerde Elisabeth Post, alweer VVD, spreekt een woordje mee, zij laat zich vertegenwoordigen door de wethouder van Hilversum.
Allen spreken hun teleurstelling uit dat Gerrit Pas, wethouder van Huizen, er alles aan lijkt te doen om de aanleg van een vrije busbaan door Huizen te voorkomen. De afgevaardigden van de VVD vinden het kennelijk vreemd dat een wethouder zich houdt aan zijn eigen collegeprogramma.

In het tweede artikel wordt het grote ‘geheim’ al ontkracht, het gaat om conceptnotulen, die zijn in het algemeen genomen nog niet openbaar.
Maar geheel naar wens, de rel is geboren en het college van Huizen ziet zich genoodzaakt te reageren middels een persbericht.                              Waarna de journalist zijn ‘neutrale’ vermomming uittrekt en zelf in de aanval gaat: “De wethouder heeft gejokt, het college trekt in haar persbericht een vage conclusie, de “feiten” die het college in haar reactie geeft, een woordenspel, de wethouder lijkt een politieke doodzonde te hebben gepleegd, enz.”

Maar….. is het niet op zijn minst vreemd te noemen dat juist de VVD Huizen de vragen kon formuleren die betrekking hadden op de niet openbare vergadering van de HOV-stuurgroep? Een vergadering waarvan de notulen nog niet zijn vastgesteld? Rijzen er geen wenkbrauwen als de VVD over bijzondere gaven lijkt te beschikken?

En…..is het niet net zo vreemd dat deze journalist, die al in meerdere stukken blijk heeft gegeven van zijn liefde voor de VVD, deze niet openbare stukken alvast heeft gekregen?                                                           ..            Deze eveneens, nog veel grotere, politieke doodzonde staat kennelijk niet ter discussie.

Dat Gedeputeerde Post, VVD, woonachtig in Hilversum, vooral de belangen van Hilversum lijkt te vertegenwoordigen is nog tot daar aan toe.
Dat het huidige college van Huizen moet hangen aan een handtekening die toenmalig wethouder Hartskamp, (VVD) van het vorig college vlak vóór de verkiezingen heeft gezet, inmiddels zeer wel wetend dat er onvoldoende draagvlak onder de bevolking bestond, is al minder verteerbaar.
Maar dat de stuurgroep, op 1 persoon na, bestaat uit VVD-ers, afkomstig uit andere gemeenten, die allen belang hebben bij een busbaan door Huizen begint ronduit onfris te ruiken.                                                                        Dat die ene persoon de wethouder is uit Huizen die hier onder vuur wordt genomen, toeval?

Dit hele project, miljoenen kostend, aantoonbaar door alternatieven overbodig, door inwoners niet gewenst, dat zelfs al geen politiek draagvlak meer kent, wordt kennelijk door de VVD nog altijd onverstoorbaar breed gedragen.
Geen middel wordt onbenut gelaten. Chantage, lekken van conceptnotulen, dubieuze journalistiek; in de strijd om vrije busbanen lijkt alles toegestaan.

Maar, en dát is wat mij betreft de echte vraag:
Hoever mag een politieke partij gaan om haar zin door te drijven?

In een tijd waarin integriteit één van de grootste problemen binnen de VVD lijkt te zijn zou ik verwachten dat de partij er alles aan doet om dit beeld te ontkrachten.
Echter, in de praktijk blijkt voor de VVD een wethouder die zich aan zijn opdracht probeert te houden iets wat met man en macht bestreden moet worden. Integriteit is dan van lager orde.

Des te erger nog is dat de krant zich meer druk maakt om wat volgens haarzelf een woordspelletje is dan om de mysterieuze voortijdige verspreiding van nog niet vastgestelde notulen.
Een integere journalist zou zich niet mogen lenen om mee te spelen aan het zoveelste één-tweetje van de VVD.

Het regionale dagblad heeft zich hiermee, niet voor het eerst, laten kennen als het lijfblad van de VVD.
Gelukkig hebben we nog de lokale omroep en de weekbladen om op terug te vallen.

De achterkamertjes in Huizen.

Led-verlichting in Huizen, zoveel als mogelijk is. Dat is een wens van het college en er wordt inderdaad hard gewerkt om dit doel te bereiken.
Toch blijven er nog genoeg ruimtes over die schreeuwen om betere verlichting. Dat zijn de achterkamertjes, buiten schot en buiten beeld.
Een mooi voorbeeld van het achterkamertjesbeleid is de problematiek rond de ontwikkeling van de krachtcentrale.
De gemeente wilde graag de krachtcentrale een nieuwe toekomst geven. De herontwikkeling van de krachtcentrale zou er voor moeten zorgen dat de oude haven en het oude centrum van Huizen beter aan elkaar worden verbonden.Daarbij, zo vindt de gemeente, is behoud van de huidige uitstraling van de Krachtcentrale essentieel.
Na de tender koos de gemeente voor het door de heren Peter Kos en Pieter Hogenbirk ingediende plan. Zij kregen op 2 april 2015 de voorlopige gunning.
Hooggespannen verwachtingen alom, nu zou het eindelijk gaan gebeuren.
Dat hadden we gedacht! Op weg naar de definitieve gunning bleken er nog flink wat struikelblokken.
Eén van de problemen richt zich op de ontwikkeling van het gebied direct grenzend aan de grond waarop de krachtcentrale moet herrijzen uit zijn lethargie. Het lijkt er op dat een andere speler op het bord daar graag een bedrijfsgebouw met drie verdiepingen zou willen bouwen. Volgens de gemeente is dit niet in strijd met het bestemmingsplan maar de heren P. en P. merken op dat dit niet in de richtlijnen voor de tender was meegegeven. Een gebouw van drie verdiepingen kan het gevolg hebben dat de krachtcentrale aan het oog onttrokken wordt waar het juist de bedoeling was er een blikvanger van te maken.
Het gevolg van dit alles is dat er al maanden achter de schermen wordt overlegd en er nog flink wat stevige discussie zal moeten plaatsvinden vóór er überhaupt een steen van of op zijn plaats kan worden gelegd.
Wat mij aan het hele gedoe vooral stoort is de absolute stilte na het tromgeroffel waarmee de voorlopige gunning werd aangekondigd.
Al sinds april reageren alle partijen op vragen met de dooddoener dat een broedende kip niet gestoord mag worden. Op vragen naar de stand van zaken komt steevast het antwoord dat ‘er gesprekken plaatsvinden’. Nu blijkt dat die gesprekken toch stevige meningsverschillen inhouden, een verschil van inzicht in de bedoelingen van de gemeente.
Desgevraagd geven Peter en Pieter aan dat zij in de afgelopen maanden van de gemeente het advies kregen om stilte te betrachten. Dat zou het proces maar verstoren.
In de raadsvergadering van donderdag 29 oktober j.l. gaven enkele raadsleden aan het vervelend te vinden dat zij hun informatie uit de krant moeten halen.
Ik vraag mij af wie er bij deze strategie iets te winnen heeft?
Het beeld van de achterkamertjes doet de politiek in Huizen zeker geen goed en de spelers op het bord zijn er tenslotte ook nog niets wijzer van geworden.
College en raad vertegenwoordigen het belang van de inwoners. Eén van die belangen is transparantie in de politiek. Het verhaal van de krachtcentrale is nog niet afgelopen maar mag ik aan alle spelers vast vragen om het licht in de donkere kamertjes van stille overleggen aan te doen? Het WIS (wandelgangen-informatie-systeem) draait te goed op ogenschijnlijk stille ruimtes.
En wat die kip betreft: die heeft 21 dagen nodig om haar eieren uit te broeden. Als het ei niet uitkomt zal ze blijven broeden tot ze tenslotte van honger sterft. Nergens voor nodig, onder de juiste verlichting kunnen er tenslotte ook kuikens uit eieren komen.

Over depressies, warme baden en schuldgevoelens.

Tags

,

Voor die lieve vriendin die worstelt met schuldgevoelens:
Je kunt niet helpen als de ander je hand niet pakt.

Het ergste aan een depressie is dat degene die er aan lijdt niet zichtbaar ziek is. Dat maakt het voor anderen moeilijk om er mee om te gaan, op de juiste wijze te reageren.
Zelf heb ik het aan beide kanten meegemaakt, ik heb 2x een depressie gehad (voor de nieuwsgierigen: oorzaak posttraumatische stress stoornis) en ik heb van zeer dichtbij iemand er aan zien lijden tot het punt waarop zij er bijna aan onderdoor ging.
Mensen met een depressie verliezen het vermogen om reëel te kijken naar hun belevingen. Elke ervaring wordt onder een zo donker mogelijk vergrootglas gelegd, elke dag wordt uitgezeten in de volle overtuiging dat het vandaag weer erger zal worden dan gisteren.
Lijden aan een depressie betekent ook lijden aan de overtuiging dat je de enige bent, niemand anders heeft het zo zwaar als jij. Die overtuiging geeft je ook het recht om in je verdriet te verdrinken. Het geeft je het gevoel dat het terecht is om de wereld je rug toe te draaien, er is niemand die jou begrijpt of begrijpen kan. De gedachte dat er mensen zijn die kunnen en willen helpen verjaag je, het is veiliger om in je eigen eenzaamheid te blijven, het risico om het nog eens te proberen niet meer te nemen. Het verdriet en de pijn krijgen dan de ruimte om te groeien tot het punt waarop het niet meer draaglijk is. Dat is het moment waarop de gedachte aan zelfmoord troost geeft, gevaarlijker nog, de enige oplossing lijkt. En de gedachte eraan wordt langzaam maar zeker een goede vertrouwde vriend. Je beseft dat je op het randje staat maar het verlangen om jezelf te laten vallen wordt elke dag een beetje groter.
Tegelijkertijd wil je gered worden, getroost worden, begrepen worden.
En daar heb je, als je geluk hebt, vrienden voor. Vrienden die naar je willen luisteren en met je mee willen leven. Vrienden die zullen proberen om je naar de zon te laten kijken, die je met de beste bedoelingen op “positieve” gedachten proberen te brengen.
Arme vrienden…, mensen met een depressie willen geen positieve gedachten. Die kunnen zij niet verdragen, het is als het strooien van zout in de wond. Maar die aandacht en die liefde, die willen zij wel. De aandacht en de liefde voelen, al is het maar heel even, dat is een warm bad.
Helaas, het warme water koelt altijd na verloop van tijd weer af. Dan kun je, als je aan een depressie lijdt, niets anders meer doen dan de warme kraan weer open draaien, opnieuw bij je vrienden vragen of ze nog wat aandacht en liefde en begrip voor je willen tonen. Op die manier houd je het heel lang vol, zonder zelf actief je best te gaan doen om beter te worden.
Een depressie vreet zoveel energie dat je op zijn best een dag onder ogen ziet en op zijn slechtst zelfs dat niet meer. De gedachte dat je zelf de juiste hulp moet zien te vinden, dat jij de enige bent die ervoor kunt kiezen om jezelf te helpen genezen, dat je vrienden pleisters kunnen plakken tot ze een ons wegen maar dat ze je niet beter kunnen maken omdat de enige die dat kan jijzelf bent…
Dat is een gedachte die voor iemand met een depressie teveel gevraagd is.
Dus ga je door met het opendraaien van de kraan en wat je niet beseft: op een dag is de boiler leeg. Er komt geen warm water meer, je vrienden kunnen niet anders dan het opgeven. Zij raken zelf op, moedeloos, omdat wat zij ook zeggen of doen ze je niet kunnen bereiken.
Onvermijdelijk komt het moment dat je zelf een besluit moet nemen. Je kunt het opgeven of je kunt hulp zoeken. De juiste hulp vind je bij een goede psycholoog of therapeut. Je vrienden zijn de krukken waar je op kunt strompelen en steunen op de lange weg naar herstel. Maar je vrienden zijn geen therapeuten en het zijn ook geen bodemloze vaten waar je eeuwigdurend uit kunt tappen.
Mensen die lijden aan een depressie voelen zich vaak schuldig door het beroep dat ze op hun omgeving doen. Schuldgevoel is een nutteloze emotie. Om een depressie te overleven heb je de liefde en begrip van je vrienden nodig. Dat vangnet zal er ook zijn en blijven als je zelf ook je steentje bijdraagt aan je herstel. Daar hoef je je niet schuldig over te voelen, daar heb je vrienden voor.
Daar staat tegenover dat vrienden zich vaak schuldig voelen als ze je maar niet lijken te kunnen helpen. Alweer, nutteloos. Iemand die lijdt aan een depressie heeft behoefte aan steun en begrip maar daar mag je als vriend ook iets voor terug vragen. Het warme bad dat jij als vriend vol laat lopen verdient het dat degene aan wie jij je liefde en aandacht schenkt daar ook iets mee doet.
Ik weet wat een depressie is, zonder de warmte en liefde van mijn vrienden had ik het niet gered. Maar juist omdat ik weet wat het is heb ik het recht om dit te zeggen: ook aan mensen met een depressie mag, nee moet, je grenzen stellen. Wie als vriend geen grenzen stelt komt op een dag tot de conclusie dat de boiler leeg is. En dan, lieve vriend, is er geen redden meer aan.

Antwoord op anonieme brief

Lieve laffe anonieme briefschrijver,

Ik heb uw brief met veel walging gelezen, 15 pagina’s bagger vol verwijzingen naar de tweede wereldoorlog, moslims, ss-ers en nsb-ers.

Veel knip en plakwerk uit de krant, een vrolijk hakenkruisje om de boel wat op te fleuren en jawel, zelfs nog een paar woordjes Duits.

U spreekt met veel liefde over uw grote blonde leider, de held van Nederland.

Waarom neemt u geen voorbeeld aan uw held; wees een vent en kom tevoorschijn uit uw keldergat. Echte helden dragen een naam.

Met vriendelijke groet,

Dian Vrijmens

Inwoner van Huizen.

Ziet u, zo moeilijk is het niet, gewoon uw naam onder een brief zetten.

P.S.  Bij mij wappert de Griekse vlag, is dat ook goed?

Bel bij twijfel altijd 1-1-2. Rotjochies zitten er toch niet mee.

Tags

, ,

Achter onze tuin loopt een wandelpad dat veelvuldig wordt gebruikt door scholieren. Het is een keurig uit het zicht liggend pad, dat zich leent voor ontmoetingen. Meer dan eens heb ik er jongeren aangesproken met het verzoek de rommel in een door mij aangeleverde kliko te deponeren en het gezellig te houden als het soms eens wat minder vriendelijk toeging. Nooit een probleem geweest.
Een week geleden zat ik in mijn tuin te genieten van het mooie weer en de rust. Tot ik werd opgeschrikt door iets wat leek op een scheldpartij. Aangezien ik geen Marokkaans spreek kon ik niet precies verstaan wat er gezegd werd maar het klonk in ieder geval niet vriendelijk. Even bleef het stil maar al snel begon het weer.
Precies zoals ik dat altijd doe in zo’n geval ben ik naar buiten gegaan en trof daar een jongen en een meisje. Ik vroeg ze of het nog gezellig was of dat er misschien een probleem was. Het meisje staarde naar de grond, wist zich geen houding te geven. De jongen deed alsof hij geen Nederlands sprak. Gelukkig voor hem en zijn act kwam er al snel een andere jongen bij staan die omstandig deed alsof hij mijn vraag aan het vertalen was. Ik verzocht ze op te houden met de voorstelling en gewoon antwoord te geven op een eenvoudige vraag. Óf het is gezellig en dan is er niets aan de hand óf er is een probleem en dan lijkt het me beter dat jullie nu allemaal je eigen weg gaan.
Verrassing: er doken nóg twee jongens op. Ik wil niet zeggen dat hier echt sprake was van wonderen maar het leek wel of ze uit de lucht kwamen vallen.
Op dat moment ging mijn telefoon, ik nam op en legde degene die belde uit dat ik even in een discussie was verwikkeld met een paar Marokkaanse jongetjes. Gezien het feit dat ik liever niet wilde dat de heren zagen uit welke tuin ik was gekomen wilde ik niet naar binnen gaan. Degene die mij belde hoorde dat het geen prettig gesprek meer was omdat de jongens inmiddels luid en duidelijk Nederlands spraken. Dat wil zeggen als je woorden als ******hoer(lees ernstige ziekte), k*t-wijf en meer van dit moois als Nederlands beschouwt. Mijn vriend aan de telefoon had de tegenwoordigheid van geest om 1-1-2 te bellen.
Het meisje had inmiddels wat moed verzameld en verzocht de eerste jongen om “effe normaal” te doen. Waarna zij er vandoor ging. Ik kan achteraf niet met zekerheid stellen dat ik haar een dienst bewezen heb door in te grijpen maar ik vermoed van wel.
De verwensingen van de heren hielden niet vanzelf op. Uiteindelijk heb ik er één (de grootste mond) gevraagd of hij van plan was zelf te verdwijnen óf dat hij mijn hulp daarbij nodig had? Gezien zijn reactie had hij die hulp inderdaad nodig dus ik heb hem in zijn nek gepakt en ben een meter of 5 met hem opgelopen. Verbluft liep hij zonder enig verzet met mij mee. Tót zijn vrienden hem keihard uit begonnen te lachen. Dat was net iets te veel voor zijn ego dus hij draaide zich weer om om zich opnieuw bij zijn vrienden te voegen.
De heren vormden daarop een kringetje om mij heen en gingen over op dreigementen. “Je hebt geluk, want hij daar (wijzend op de eerste) is goed opgevoed, hij slaat geen wijven. Máár.. wacht maar, als wij met zijn allen zijn slaan we je helemaal in elkaar. Jij gaat spijt krijgen, enz.
Op dat moment leek het me beter om ze te vertellen dat de politie onderweg was. Veel gelach en grote pret; als je aangifte doet ontkennen we alles, we vertellen alle 4 hetzelfde verhaal, dat jij hém daar (weer wijzend naar de eerste jongen) van zijn fiets sleurde en begon te prikken. Inmiddels weet ik dat prikken straattaal is voor steken met een mes maar op dat moment had ik geen idee waar ze het over hadden. (Ik zie het nu bijna voor me, lol)
Helaas, hoewel de politie vrij snel ter plaatse was vlogen de vogels toch vlak voor hun aankomst weer weg.
Op het moment dat de politie aan de deur stond wist ik, jammer genoeg, de namen van de betrokken heren nog niet. Ik heb nadat de politie weer vertrokken was de school gebeld waarvan ik het vermoeden had dat zij er leerlingen waren. De conciërge dacht aan de hand van mijn beschrijving wel te weten wie het hier betrof en we maakten een afspraak voor de volgende ochtend.
Enige uren later stuurde iemand mij een foto met de vraag of ik deze jongeman kende. Toeval bestaat niet.Laat ik nou die middag net kennis gemaakt hebben met deze heer. Via zijn facebook en vriendenlijst kwam ik op de naam van de tweede jongen. Ik heb daarop de politie gebeld met de melding dat ik de namen van twee van de betrokken heren inmiddels had. Voor de verdere afhandeling zou ik die avond worden teruggebeld door een van de agenten die op de melding hadden gereageerd. Ik wacht nog altijd op dat telefoontje.
De volgende ochtend ben ik op de betreffende school geweest, de directeur was zeer behulpzaam en heeft beide jongens afzonderlijk uit de klas gehaald. De ene ontkende alles, de ander diste het verhaal op dat ze gisteren hadden afgesproken, ik zou zomaar zijn vriend van de fiets getrokken hebben en geprikt. Behalve het feit dat ik de twee jongens nogmaals kon identificeren leverde de ontmoeting op school niets bijzonders meer op, ook de directeur slaagde er niet in om de heren tot rede te brengen.
Na het gesprek op school heb ik opnieuw de politie gebeld en verzocht om een gesprek met de wijkagente. Ik gaf aan dat ik twee dingen wilde: aan de mutatie die van de 1-1-2 melding is gemaakt de namen van de beide heren toevoegen en advies over de nu te nemen stap;
Aangifte doen heeft weliswaar het gevolg dat de heren gehoord moeten worden maar zoals zij zelf al weten: het verhaal van 4 tegen 1, geen getuigen, dat wordt seponeren. Helaas is dat nu net waarom dit soort jongetjes zich zo machtig voelen, zij kennen het systeem en weten dat het in hun voordeel werkt.
Bij een melding worden slechts hun namen genoteerd maar dat is in ieder geval meer dan niets.
De wijkagente zou mij terugbellen werd mij verzekerd nadat ik dinsdag tot drie keer toe een poging deed om haar te spreken te krijgen.
Ik wacht nog steeds.
Buurtvader en moskee geprobeerd te bereiken, antwoordapparaat ingesproken, allemaal een blinde muur.
Vanavond, zondag, heb ik uiteindelijk een bijzonder prettig gesprek gehad met een aantal buurtvaders. Maar hoe fijn het ook was om eindelijk eens mijn verhaal te kunnen doen, tot enig resultaat zal het niet leiden. Buurtvaders zijn betrekkelijk machteloos als het erop aankomt dit soort vruchtengebakjes aan te spreken. Als zij bij de ouders geen gehoor vinden hebben zij geen enkele wettelijke status of enig officieel gezag waar zij op terug kunnen vallen. Zij zijn “slechts” vrijwilligers die aan beide kanten een probleem moeten tackelen. Toch zullen zij hun best doen voor mij en dat kan ik alleen maar zeer waarderen. Bijkomend probleem voor hen is echter dat een van de jongens van Algerijnse afkomst blijkt te zijn en dus niet bekend is in de Marokkaanse gemeenschap.

Dus… terwijl deze jongen nota bene vanmiddag nog vrolijk door mijn straat fietste kan ik hém op geen enkele manier aanpakken. Beledigen, intimideren, bedreigen, hij kan/mag het allemaal.
En ik? Ik wacht nog steeds. Op de wijkagente die mij terug zou bellen.
Afgelopen vrijdag heb ik nog maar eens gebeld en begrepen dat het op zijn vroegst dinsdag zal gaan worden. Op zijn vroegst! Meer dan een week geleden!
In de tussentijd gaan deze jongetjes vrolijk door met het afbreken van alle pogingen die de Marokkaanse, Turkse, Algerijnse, wat kan mij het schelen welke, gemeenschap doet om geaccepteerd en gerespecteerd te worden. Waar vooroordelen en oordelen in de maatschappij al veel verdeeldheid zaaien doen dit soort rotjochies hun uiterste best om er nog een schepje boven op te doen.
Bedankt etterbakjes, als zelfs de wijkagente jullie niet meer de moeite waard vindt om voor overeind te komen hebben jullie inderdaad de straat gewonnen.

Voor diegenen die zich de afgelopen week verbaasd hebben over mijn ogenschijnlijke geduld: ik heb zeer bewust de keus gemaakt om niet aan te kloppen bij mensen waarvan ik kan verwachten dat zij wel iets voor mij kunnen betekenen om het proces te versnellen. Natuurlijk heb ik hulp aangeboden gekregen van een aantal raadsleden, van verschillende partijen, waarvoor overigens mijn oprechte dank en waardering. Tot vanavond heb ik die hulp echter afgewezen want wat ik ervaren heb deze week zou iedereen kunnen overkomen en juist die ervaring wil ik niet ontlopen en graag met mijn raad en college delen. Ik ben niets meer of minder dan Truus uit de buurt.
Lieve mensen, Truus uit de buurt kent u niet en u kent haar niet. Zij moet het doen met de politie, met de wijkagent. En na deze week kan ik u vertellen: ik begrijp dat Truus het opgeeft, ik begrijp dat zij vanuit haar machteloosheid voortaan afgeeft op zowel Marokkaanse k*tjochies als op de politie.
Op de agenda voor de commissievergadering van donderdag 11 juni aanstaande staat o.a. de aanpak van overlast door jongeren in Huizen. Ik hoop van harte dat raadsleden mijn verhaal in hun achterhoofd houden.
Theorie en praktijk, twee werelden van verschil.

Tenslotte nog dit, morgen ga ik melding doen van bedreiging en een klacht indienen bij de politie over de afhandeling van mijn hulpvraag. Mijn vertrouwen in het systeem is inmiddels tot een nulpunt gedaald. Waakzaam en Dienstbaar? Ik kan net zo goed de klantenservice van T-Mobile bellen, die hebben nog een betere reputatie.

Het oordeel van de reclamecodecommissie over dé poster.

Het oordeel van de Commissie

De Commissie kwalificeert de onderhavige reclame-uiting als commerciële reclame. Doel en strekking van de uiting is onmiskenbaar om de aandacht van het publiek op adverteerder als lokale omroep te vestigen, mede gelet op de oproep haar mediadiensten te volgen (“Hoor. Zie. Volg”). Er wordt in de uiting geen mening geponeerd maar slechts een vraag gesteld. Degene die in de abri kennis neemt van die vraag heeft niet de gelegenheid daarop aan adverteerder een antwoord te geven. Dat is ook niet de bedoeling van de vraag. De Commissie verwerpt derhalve het standpunt van adverteerder dat de uiting dient te worden gezien als een bijdrage aan het maatschappelijk debat die is bedoeld om ervoor te zorgen dat mensen over dit onderwerp praten. De poster vraagt aandacht voor het product van adverteerder. Niet meer en niet minder. Anderzijds verwerpt de Commissie het standpunt van klager dat sprake is van een “publiciteitsstunt”. De Commissie acht het aannemelijk dat adverteerder met de reclame-uiting, die onderdeel is van een campagne waarin ook naar andere regionale nieuwsthema’s wordt verwezen, slechts beoogt op een prikkelende wijze een lokale doelgroep aan te spreken die is geïnteresseerd in regionaal nieuws.

Adverteerder heeft de vrijheid in haar reclame-uitingen te refereren aan lokale en regionale thema’s waarover zij als pers vrij en kritisch mag berichten. Er dient echter wel onderscheid te worden gemaakt tussen de mededelingen die adverteerder met een commercieel doel in reclame-uitingen doet en de onafhankelijke berichtgeving in de media die zij exploiteert. Het doen van uitingen met een commercieel doel valt weliswaar onder de vrijheid van meningsuiting, maar bij dergelijke uitingen weegt het belang van deze vrijheid minder zwaar dan bij uitingen die een maatschappelijk of sociaal doel dienen. Bij laatstbedoelde uitingen behoort derhalve met een grotere mate van terughoudendheid te worden getoetst.

De Commissie zal in de eerste plaats beoordelen of de klacht onnodig kwetsend is voor moslims in het algemeen. Hierbij stelt de Commissie voorop dat op grond van de aan adverteerder toekomende vrijheid van meningsuiting slechts in duidelijke gevallen plaats is voor het oordeel dat een uiting de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat. Daarbij is voorts relevant dat de norm ‘nodeloos kwetsend’ subjectief van aard is, zodat ook om die reden een terughoudende beoordeling door de Commissie gepast is. Bij een subjectieve norm is de invulling afhankelijk van de persoonlijke waardering en opvattingen van degene die met de uiting wordt geconfronteerd. Bij een dergelijke norm dient te worden volstaan met te toetsen of naar de huidige algemene maatschappelijke opvattingen de uiting de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat. Voor het oordeel dat een reclame-uiting nodeloos kwetsend is, is alleen plaats indien buiten twijfel is dat volgens de geldende maatschappelijke opvattingen het ontoelaatbaar moet worden geacht op een dergelijke wijze reclame te maken. Daarbij dient te worden gelet op het verdere kader waarin de uiting wordt gedaan. Uitgaande hiervan oordeelt de Commissie als volgt.

Adverteerder verwijst in de bestreden uiting specifiek naar “jihadgezinnen”, welke term niet door haar is bedacht. Naar het oordeel van de Commissie verwijst deze term niet naar de gehele moslimgemeenschap maar slechts naar personen waarvan blijkbaar werd gedacht dat zij in gezinsverband van plan waren naar Syrië te reizen teneinde daar om geloofsredenen deel te nemen aan de gewapende strijd. De Commissie begrijpt dat het twee gezinnen betreft waarover in september 2014 veel ophef is ontstaan. In de uiting wordt naar deze gezinnen verwezen met de vraag of er meer van dergelijke gezinnen zijn. Dat het specifiek deze gezinnen zijn, blijkt uit het gebruik van het woord “Huizen” dat zowel de betekenis “wonen” heeft als een aanduiding van de gelijknamige plaats is waar zij wonen, geïllustreerd met voor inwoners van Huizen duidelijk herkenbare gebouwen uit die plaats. Dit een en ander is niet van dien aard dat daardoor bepaalde negatieve suggesties ten aanzien van moslims worden gewekt, derhalve acht de Commissie de uiting niet nodeloos kwetsend voor moslims in het algemeen.

Het voorgaande ligt anders ten aanzien van de twee gezinnen in Huizen waarnaar in de reclame-uiting duidelijk wordt verwezen. In de uiting wordt een kwalificatie van hen gegeven (“jihadgezinnen”) die naar het oordeel van de Commissie voor de grote meerderheid van de bevolking een zeer negatieve connotatie heeft, immers in verband zal worden gebracht met terreur. Alle betrokken gezinsleden, ook voor zover het betreft jonge gezinsleden en gezinsleden die geen initiatief hebben genomen of plannen hadden om naar Syrië te reizen, zullen zich hierdoor aangesproken voelen en worden door de uiting ongevraagd in een negatief daglicht geplaatst. Gelet op het feit dat de posters mede in Huizen zijn gepubliceerd, zal dit hen en anderen in de betrokken regio niet zijn ontgaan.

De Commissie oordeelt op grond van het voorgaande dat de bestreden uiting de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat. Zij acht het ontoelaatbaar om reclame te maken op een wijze die specifieke personen in een negatief daglicht stelt op zodanige wijze dat duidelijk is dat aan hen wordt gerefereerd, waarbij confrontatie met de uiting onvermijdelijk lijkt en de betrokkenen geen aanleiding of toestemming hebben gegeven om in reclame op een dergelijke wijze naar hen te verwijzen. De uiting is kwetsend door de negatieve aanduiding die van de gezinnen (in feite de gezinsleden) wordt gegeven. De uiting is nodeloos kwetsend omdat voor adverteerder geen noodzaak bestond op de onderhavige wijze aan de betrokken gezinnen te refereren. Dit klemt te meer omdat, zoals adverteerder heeft erkend, is gebleken dat in ieder geval ten aanzien van één van die twee gezinnen vaststaat dat de verdenking niet op de feiten bleek te berusten. De Commissie oordeelt derhalve dat de bestreden reclame-uiting in strijd met artikel 4 NRC is, uitsluitend voor zover het betreft de gezinnen waaraan in deze uiting wordt gerefereerd.
De reclame-uiting is niet van dien aard dat zij in strijd is met artikel 2 NRC (goede smaak en fatsoen). In zoverre treft de klacht geen doel. Van strijd met artikel 7 NRC is evenmin gebleken nu de Commissie van oordeel is dat in de reclame-uiting niet de suggestie besloten ligt dat adverteerder een programma over “jihadgezinnen” gaat maken.

Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissinq
De Commissie acht op grond van het voorgaande de reclame-uiting — ten aanzien van de gezinnen waaraan in deze uiting wordt gerefereerd — in strijd met artikel 4 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Voor het overige wijst zij de klacht af.

Moet alles wat kan ook kunnen…?

Tags

, ,

Vanzelfsprekend heeft iedereen het recht op vrije meningsuiting. Maar… bestaat er naast het recht op vrijheid van meningsuiting ook een recht om verschoond te blijven van andermans oprispingen?
Wat als die vrije mening op zodanige manier wordt verspreid dat het onmogelijk wordt om er aan voorbij te gaan?
De poster van rtv-nh heeft in ieder geval zoveel stof doen opwaaien dat de reclamecodecommissie zich nu over de vraag buigt of de klachten die zij over deze poster heeft ontvangen terecht waren.

Al eerder schreef ik dat ik in verwarring was met betrekking tot het argument vrijheid van meningsuiting. Rtv-nh maakt met haar reactie op de ophef over de poster de verwarring alleen nog maar groter. Afwisselend noemt zij de poster reclame of een journalistieke vraag bij een regionaal thema en trekt vervolgens de kaart van de vrije meningsuiting.

Ik kreeg bij toeval de kans om bij de hoorzitting van de reclamecodecommissie aanwezig te zijn en mijn mening te geven:

– Het betreft hier géén journalistieke vraag. Als er namelijk werkelijk sprake zou zijn geweest van een zuiver journalistieke vraag behoort deze gesteld te worden aan de juiste instanties. Dit zijn onder andere de AIVD en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Een journalistieke vraag zou weliswaar tevens reclame kunnen zijn áls zij zou verwijzen naar een programma dat binnenkort het antwoord op deze vraag zal leveren. Dat een dergelijk programma niet bestaat of verwacht wordt is in mijn ogen misleiding.

– Rtv-nh stelt dat het haar maatschappelijke verantwoording is om actuele regionale thema’s aan de orde te stellen. Maar: Jihadisme vormt in het Gooi niet een aantoonbaar groter probleem dan in de rest van Nederland. Het onderwerp was inderdaad in de gemeente Huizen in september 2014 actueel maar dat is inmiddels wel 9 maanden geleden. Er is in Huizen een speciaal telefoonnummer ingesteld dat welgeteld 6 keer gebeld is door inwoners die vragen hadden of zich zorgen maakten. Helaas heeft rtv-nh van dit telefoonnummer zelf geen gebruik gemaakt anders had zij geweten dat het onderwerp lang niet zo veel leeft als zij zelf suggereert. Tot zover ook de journalistieke moeite die rtv-nh heeft genomen om een antwoord te vinden op haar eigen vraag…

– De ophef die over de posters is ontstaan ziet rtv-nh als het bewijs dat jihadisme in het Gooi een relevante maatschappelijke vraag is. Dit is een drogredenering. De ophef die is ontstaan gaat niet over jihadisme in Huizen of het Gooi maar over de vraag of deze reclame wel of niet binnen de grenzen van fatsoen blijft.

– De vraag, op deze wijze gesteld, zet aan tot gevoelens van angst en tot tweestrijd.
Enerzijds, gevoelens van angst voor jihadisme, dat zich per definitie aan het gewone oog onttrekt. Er is maar één zekerheid als het gaat over jihadisme; elke jihadist noemt zich tevens moslim.
Waar jihadisten als zodanig niet herkenbaar zijn gaat dit niet op voor moslims. Zij zijn als groep wél herkenbaar. De vraag wakkert angst voor moslims aan.
Anderzijds veroorzaakt deze vraag ook gevoelens van angst voor islamofobie en de soms extreme uitingen daarvan. Deze angst bestaat zowel onder moslims als onder niet-moslims.
Door de wijze van het stellen van de vraag (retorisch) heeft rtv-nh veel maatschappelijke onrust veroorzaakt en daarmee het effect bereikt dat zij zocht. Op geen enkele manier is het algemeen belang hiermee gediend.

Mijn grootste bezwaar tegen deze posters is echter dit:
– Door de woordspeling Huizen, de bijzondere woningen uit Huizen op de achtergrond en het gebruik van de woorden NOG ANDERE JIHADGEZINNEN is het onmiskenbaar: de poster verwijst naar de 2 gezinnen die eerder in het nieuws kwamen.
Tot die gezinnen horen 5 jonge kinderen, kinderen die inmiddels al een flink trauma hebben opgelopen.
Deze kinderen zitten in Huizen op school en moeten hier na alles wat er is gebeurd hun leven weer op de rit krijgen.
De poster van rtv-nh was niet te missen, ook niet voor kinderen. Niet alleen deze 5 kinderen maar ook hun klas- en schoolgenootjes worden hierdoor opnieuw geconfronteerd met en betrokken bij een zaak waar zij niets aan kunnen doen en waar zij buiten gehouden zouden moeten worden.
Het argument dat het de verantwoording van de ouders is gaat hier niet op, het is rtv-nh die ervoor heeft gekozen opnieuw de aandacht op deze gezinnen te vestigen. En daar ligt mijns inziens een terechte reden voor een klacht bij de reclamecodecommissie want:

Bij het beoordelen of reclame de grenzen van het goed fatsoen overschrijdt wordt mede gelet op de wijze waarop zij is gepubliceerd en het effect dat zij op het publiek heeft. Bij een uiting die op een zodanige wijze wordt gepubliceerd dat het publiek zich niet aan confrontatie daarmee kan onttrekken, zijn de grenzen van hetgeen toelaatbaar kan worden geacht eerder overschreden dan bij uitingen die op een andere wijze worden gepubliceerd. Hierbij dienen onder meer de frequentie waarmee men de uiting ziet en de situering van de uiting te worden meegewogen.
Wanneer er ook kinderen worden geconfronteerd met de reclame dient de maker zich nog meer bewust te zijn van de effecten.

Het oordeel van de reclamecodecommissie zal naar verwachting nog twee à drie weken op zich laten wachten.
Mijn eigen oordeel heb ik inmiddels na afweging van alle argumenten wel gevormd.
Vrijheid van meningsuiting is een groot goed maar gaat het boven het recht van kinderen om beschermd te worden tegen de slimme jongens van een reclamebureau? Ik vind van niet.

Wat nou, vrijheid van meningsuiting?

Tags

, , ,

Na de posters van rtv-nh lijkt de storm weer te zijn overgewaaid. Toch is het in mij nog niet rustig geworden.
Ik was een van de velen voor wie het licht op rood sprong. Het is moeilijk onder woorden te brengen waarom ik mij zo hard geraakt voelde.
Hou ik soms zoveel van Huizen dat elke negatieve beeldvorming mij persoonlijk kwetst? Dacht het niet. Ben ik zo overtuigd dat angst voor radicalisering geen enkele grond heeft? Dacht het ook niet. Neem ik reclame ooit serieus? Dacht het nog minder.
Waarom dan toch het gevoel dat ik een klap in mijn gezicht kreeg?
Helaas, ik kom tot de conclusie dat ik wel degelijk bang ben voor radicalisering. Alleen niet in de betekenis die het in de huidige tijd heeft gekregen.
Het is de opkomst van het extreme wij/zij denken waar ik zo bang voor ben. Sinds “hij, die tenminste durft te zeggen wat wij allemaal denken” zo veel fans heeft gevonden lijkt het wel onmogelijk geworden om geen kant te kiezen.
Sinds Geert is het mode geworden om zo grof mogelijk een punt te maken. Hangjongeren, moslims, allochtonen, vluchtelingen, alles wordt op één grote hoop gepleurd en neergezet als gevaarlijk, crimineel en hopeloos. Beledigen is goed, kwetsen nog beter.
Wie om een andere manier van discussiëren vraagt wordt ogenblikkelijk uitgemaakt voor ‘gutmensch’ (wat dat dan ook moge zijn) en ervan beschuldigd de ogen dicht te doen voor de werkelijkheid. Want er is natuurlijk maar één werkelijkheid; die van Geert.
Ik zie ze om me heen ontstaan, de kampen met voor- en tegenstanders, ik heb in mijn familie mogen zien en ervaren hoe de splijtzwam zijn werk doet. En het maakt me bang, de vraag: “wat zou je doen?” komt steeds dichterbij voor mij. Geef ik mijn recht op de vrijheid van een andere mening op voor de lieve vrede? En wat is zo’n lieve vrede dan eigenlijk waard?
Dit alles was de reden dat mijn licht op rood ging en dat ik zonder al te lang na te denken het afplakken van de posters een gepast antwoord vond.
Tót de reactie van een twitteraar die zijn verbazing uitsprak dat ik, altijd op zoek naar een open discussie, op deze manier het recht op vrijheid van meningsuiting te kort wilde doen.
Ho, shit, dáár had ik nog niet op die manier over nagedacht. Precies daarom is de storm in mij nu nog niet gaan liggen, ik denk, pieker en peins me een versuffing. “Wat zou je doen?” in een hele andere vorm.
Ik luister naar rtv-nh die verklaart dat de poster gewoon reclame is. Maar dan vraag ik me af: reclame waarvoor? Voor de gemeente Huizen? Voor Jihadgangers op zoek naar woonruimte in het Gooi? Voor rtv-nh die zulke goede journalistiek bedrijft dat ze een vraag stelt waar niemand een bewijsbaar antwoord op heeft?
Wacht even, reclame, dat is dus geen mening, toch? En een open vraag is al evenmin een mening. Zo beschouwd zijn de mensen die tegen de posters ageren , waaronder ik dus, de enige die een mening geven. In dat geval ben ik dus helemaal niet de vrijheid van meningsuiting aan het beperken, integendeel, ik ben gebruik aan het maken van mijn recht op die vrijheid.
Anders bekeken dan: stel het is, weliswaar vermomd als reclame of vraag, toch een mening die rtv-nh verspreidt… wat is dan de boodschap die ik er uit opmaak? Het lijkt het een retorische vraag.
Dan ben ik weer terug bij af want als de boodschap van rtv onder het recht op vrijheid van mening valt dan is ook het afplakken van zinsdelen op de posters nog steeds het geven van een mening, al is het een andere, beiden vallen onder hetzelfde recht.
Ik denk dat het onderzoek naar mijn eigen geweten nog wel een tijdje kan duren en ik betwijfel of ik er überhaupt uit ga komen. Wie nog iets toe te voegen heeft aan mijn twijfels, voel je vrij……
Tot slot wil ik ook nog even dit kwijt: de aller-, allerzinnigste opmerking die ik in alle discussies voorbij heb zien komen kwam van Henk Brandsma; moslims en jihadisten zijn geen synoniemen….
Wie bij de term jihadist aanneemt dat het over dé moslims gaat discrimineert.
Ik geef me over. Henk Brandsma, respect! Je hebt mij een boeiende spiegel gegeven.