Over depressies, warme baden en schuldgevoelens.

Tags

,

Voor die lieve vriendin die worstelt met schuldgevoelens:
Je kunt niet helpen als de ander je hand niet pakt.

Het ergste aan een depressie is dat degene die er aan lijdt niet zichtbaar ziek is. Dat maakt het voor anderen moeilijk om er mee om te gaan, op de juiste wijze te reageren.
Zelf heb ik het aan beide kanten meegemaakt, ik heb 2x een depressie gehad (voor de nieuwsgierigen: oorzaak posttraumatische stress stoornis) en ik heb van zeer dichtbij iemand er aan zien lijden tot het punt waarop zij er bijna aan onderdoor ging.
Mensen met een depressie verliezen het vermogen om reëel te kijken naar hun belevingen. Elke ervaring wordt onder een zo donker mogelijk vergrootglas gelegd, elke dag wordt uitgezeten in de volle overtuiging dat het vandaag weer erger zal worden dan gisteren.
Lijden aan een depressie betekent ook lijden aan de overtuiging dat je de enige bent, niemand anders heeft het zo zwaar als jij. Die overtuiging geeft je ook het recht om in je verdriet te verdrinken. Het geeft je het gevoel dat het terecht is om de wereld je rug toe te draaien, er is niemand die jou begrijpt of begrijpen kan. De gedachte dat er mensen zijn die kunnen en willen helpen verjaag je, het is veiliger om in je eigen eenzaamheid te blijven, het risico om het nog eens te proberen niet meer te nemen. Het verdriet en de pijn krijgen dan de ruimte om te groeien tot het punt waarop het niet meer draaglijk is. Dat is het moment waarop de gedachte aan zelfmoord troost geeft, gevaarlijker nog, de enige oplossing lijkt. En de gedachte eraan wordt langzaam maar zeker een goede vertrouwde vriend. Je beseft dat je op het randje staat maar het verlangen om jezelf te laten vallen wordt elke dag een beetje groter.
Tegelijkertijd wil je gered worden, getroost worden, begrepen worden.
En daar heb je, als je geluk hebt, vrienden voor. Vrienden die naar je willen luisteren en met je mee willen leven. Vrienden die zullen proberen om je naar de zon te laten kijken, die je met de beste bedoelingen op “positieve” gedachten proberen te brengen.
Arme vrienden…, mensen met een depressie willen geen positieve gedachten. Die kunnen zij niet verdragen, het is als het strooien van zout in de wond. Maar die aandacht en die liefde, die willen zij wel. De aandacht en de liefde voelen, al is het maar heel even, dat is een warm bad.
Helaas, het warme water koelt altijd na verloop van tijd weer af. Dan kun je, als je aan een depressie lijdt, niets anders meer doen dan de warme kraan weer open draaien, opnieuw bij je vrienden vragen of ze nog wat aandacht en liefde en begrip voor je willen tonen. Op die manier houd je het heel lang vol, zonder zelf actief je best te gaan doen om beter te worden.
Een depressie vreet zoveel energie dat je op zijn best een dag onder ogen ziet en op zijn slechtst zelfs dat niet meer. De gedachte dat je zelf de juiste hulp moet zien te vinden, dat jij de enige bent die ervoor kunt kiezen om jezelf te helpen genezen, dat je vrienden pleisters kunnen plakken tot ze een ons wegen maar dat ze je niet beter kunnen maken omdat de enige die dat kan jijzelf bent…
Dat is een gedachte die voor iemand met een depressie teveel gevraagd is.
Dus ga je door met het opendraaien van de kraan en wat je niet beseft: op een dag is de boiler leeg. Er komt geen warm water meer, je vrienden kunnen niet anders dan het opgeven. Zij raken zelf op, moedeloos, omdat wat zij ook zeggen of doen ze je niet kunnen bereiken.
Onvermijdelijk komt het moment dat je zelf een besluit moet nemen. Je kunt het opgeven of je kunt hulp zoeken. De juiste hulp vind je bij een goede psycholoog of therapeut. Je vrienden zijn de krukken waar je op kunt strompelen en steunen op de lange weg naar herstel. Maar je vrienden zijn geen therapeuten en het zijn ook geen bodemloze vaten waar je eeuwigdurend uit kunt tappen.
Mensen die lijden aan een depressie voelen zich vaak schuldig door het beroep dat ze op hun omgeving doen. Schuldgevoel is een nutteloze emotie. Om een depressie te overleven heb je de liefde en begrip van je vrienden nodig. Dat vangnet zal er ook zijn en blijven als je zelf ook je steentje bijdraagt aan je herstel. Daar hoef je je niet schuldig over te voelen, daar heb je vrienden voor.
Daar staat tegenover dat vrienden zich vaak schuldig voelen als ze je maar niet lijken te kunnen helpen. Alweer, nutteloos. Iemand die lijdt aan een depressie heeft behoefte aan steun en begrip maar daar mag je als vriend ook iets voor terug vragen. Het warme bad dat jij als vriend vol laat lopen verdient het dat degene aan wie jij je liefde en aandacht schenkt daar ook iets mee doet.
Ik weet wat een depressie is, zonder de warmte en liefde van mijn vrienden had ik het niet gered. Maar juist omdat ik weet wat het is heb ik het recht om dit te zeggen: ook aan mensen met een depressie mag, nee moet, je grenzen stellen. Wie als vriend geen grenzen stelt komt op een dag tot de conclusie dat de boiler leeg is. En dan, lieve vriend, is er geen redden meer aan.

Antwoord op anonieme brief

Lieve laffe anonieme briefschrijver,

Ik heb uw brief met veel walging gelezen, 15 pagina’s bagger vol verwijzingen naar de tweede wereldoorlog, moslims, ss-ers en nsb-ers.

Veel knip en plakwerk uit de krant, een vrolijk hakenkruisje om de boel wat op te fleuren en jawel, zelfs nog een paar woordjes Duits.

U spreekt met veel liefde over uw grote blonde leider, de held van Nederland.

Waarom neemt u geen voorbeeld aan uw held; wees een vent en kom tevoorschijn uit uw keldergat. Echte helden dragen een naam.

Met vriendelijke groet,

Dian Vrijmens

Inwoner van Huizen.

Ziet u, zo moeilijk is het niet, gewoon uw naam onder een brief zetten.

P.S.  Bij mij wappert de Griekse vlag, is dat ook goed?

Bel bij twijfel altijd 1-1-2. Rotjochies zitten er toch niet mee.

Tags

, ,

Achter onze tuin loopt een wandelpad dat veelvuldig wordt gebruikt door scholieren. Het is een keurig uit het zicht liggend pad, dat zich leent voor ontmoetingen. Meer dan eens heb ik er jongeren aangesproken met het verzoek de rommel in een door mij aangeleverde kliko te deponeren en het gezellig te houden als het soms eens wat minder vriendelijk toeging. Nooit een probleem geweest.
Een week geleden zat ik in mijn tuin te genieten van het mooie weer en de rust. Tot ik werd opgeschrikt door iets wat leek op een scheldpartij. Aangezien ik geen Marokkaans spreek kon ik niet precies verstaan wat er gezegd werd maar het klonk in ieder geval niet vriendelijk. Even bleef het stil maar al snel begon het weer.
Precies zoals ik dat altijd doe in zo’n geval ben ik naar buiten gegaan en trof daar een jongen en een meisje. Ik vroeg ze of het nog gezellig was of dat er misschien een probleem was. Het meisje staarde naar de grond, wist zich geen houding te geven. De jongen deed alsof hij geen Nederlands sprak. Gelukkig voor hem en zijn act kwam er al snel een andere jongen bij staan die omstandig deed alsof hij mijn vraag aan het vertalen was. Ik verzocht ze op te houden met de voorstelling en gewoon antwoord te geven op een eenvoudige vraag. Óf het is gezellig en dan is er niets aan de hand óf er is een probleem en dan lijkt het me beter dat jullie nu allemaal je eigen weg gaan.
Verrassing: er doken nóg twee jongens op. Ik wil niet zeggen dat hier echt sprake was van wonderen maar het leek wel of ze uit de lucht kwamen vallen.
Op dat moment ging mijn telefoon, ik nam op en legde degene die belde uit dat ik even in een discussie was verwikkeld met een paar Marokkaanse jongetjes. Gezien het feit dat ik liever niet wilde dat de heren zagen uit welke tuin ik was gekomen wilde ik niet naar binnen gaan. Degene die mij belde hoorde dat het geen prettig gesprek meer was omdat de jongens inmiddels luid en duidelijk Nederlands spraken. Dat wil zeggen als je woorden als ******hoer(lees ernstige ziekte), k*t-wijf en meer van dit moois als Nederlands beschouwt. Mijn vriend aan de telefoon had de tegenwoordigheid van geest om 1-1-2 te bellen.
Het meisje had inmiddels wat moed verzameld en verzocht de eerste jongen om “effe normaal” te doen. Waarna zij er vandoor ging. Ik kan achteraf niet met zekerheid stellen dat ik haar een dienst bewezen heb door in te grijpen maar ik vermoed van wel.
De verwensingen van de heren hielden niet vanzelf op. Uiteindelijk heb ik er één (de grootste mond) gevraagd of hij van plan was zelf te verdwijnen óf dat hij mijn hulp daarbij nodig had? Gezien zijn reactie had hij die hulp inderdaad nodig dus ik heb hem in zijn nek gepakt en ben een meter of 5 met hem opgelopen. Verbluft liep hij zonder enig verzet met mij mee. Tót zijn vrienden hem keihard uit begonnen te lachen. Dat was net iets te veel voor zijn ego dus hij draaide zich weer om om zich opnieuw bij zijn vrienden te voegen.
De heren vormden daarop een kringetje om mij heen en gingen over op dreigementen. “Je hebt geluk, want hij daar (wijzend op de eerste) is goed opgevoed, hij slaat geen wijven. Máár.. wacht maar, als wij met zijn allen zijn slaan we je helemaal in elkaar. Jij gaat spijt krijgen, enz.
Op dat moment leek het me beter om ze te vertellen dat de politie onderweg was. Veel gelach en grote pret; als je aangifte doet ontkennen we alles, we vertellen alle 4 hetzelfde verhaal, dat jij hém daar (weer wijzend naar de eerste jongen) van zijn fiets sleurde en begon te prikken. Inmiddels weet ik dat prikken straattaal is voor steken met een mes maar op dat moment had ik geen idee waar ze het over hadden. (Ik zie het nu bijna voor me, lol)
Helaas, hoewel de politie vrij snel ter plaatse was vlogen de vogels toch vlak voor hun aankomst weer weg.
Op het moment dat de politie aan de deur stond wist ik, jammer genoeg, de namen van de betrokken heren nog niet. Ik heb nadat de politie weer vertrokken was de school gebeld waarvan ik het vermoeden had dat zij er leerlingen waren. De conciërge dacht aan de hand van mijn beschrijving wel te weten wie het hier betrof en we maakten een afspraak voor de volgende ochtend.
Enige uren later stuurde iemand mij een foto met de vraag of ik deze jongeman kende. Toeval bestaat niet.Laat ik nou die middag net kennis gemaakt hebben met deze heer. Via zijn facebook en vriendenlijst kwam ik op de naam van de tweede jongen. Ik heb daarop de politie gebeld met de melding dat ik de namen van twee van de betrokken heren inmiddels had. Voor de verdere afhandeling zou ik die avond worden teruggebeld door een van de agenten die op de melding hadden gereageerd. Ik wacht nog altijd op dat telefoontje.
De volgende ochtend ben ik op de betreffende school geweest, de directeur was zeer behulpzaam en heeft beide jongens afzonderlijk uit de klas gehaald. De ene ontkende alles, de ander diste het verhaal op dat ze gisteren hadden afgesproken, ik zou zomaar zijn vriend van de fiets getrokken hebben en geprikt. Behalve het feit dat ik de twee jongens nogmaals kon identificeren leverde de ontmoeting op school niets bijzonders meer op, ook de directeur slaagde er niet in om de heren tot rede te brengen.
Na het gesprek op school heb ik opnieuw de politie gebeld en verzocht om een gesprek met de wijkagente. Ik gaf aan dat ik twee dingen wilde: aan de mutatie die van de 1-1-2 melding is gemaakt de namen van de beide heren toevoegen en advies over de nu te nemen stap;
Aangifte doen heeft weliswaar het gevolg dat de heren gehoord moeten worden maar zoals zij zelf al weten: het verhaal van 4 tegen 1, geen getuigen, dat wordt seponeren. Helaas is dat nu net waarom dit soort jongetjes zich zo machtig voelen, zij kennen het systeem en weten dat het in hun voordeel werkt.
Bij een melding worden slechts hun namen genoteerd maar dat is in ieder geval meer dan niets.
De wijkagente zou mij terugbellen werd mij verzekerd nadat ik dinsdag tot drie keer toe een poging deed om haar te spreken te krijgen.
Ik wacht nog steeds.
Buurtvader en moskee geprobeerd te bereiken, antwoordapparaat ingesproken, allemaal een blinde muur.
Vanavond, zondag, heb ik uiteindelijk een bijzonder prettig gesprek gehad met een aantal buurtvaders. Maar hoe fijn het ook was om eindelijk eens mijn verhaal te kunnen doen, tot enig resultaat zal het niet leiden. Buurtvaders zijn betrekkelijk machteloos als het erop aankomt dit soort vruchtengebakjes aan te spreken. Als zij bij de ouders geen gehoor vinden hebben zij geen enkele wettelijke status of enig officieel gezag waar zij op terug kunnen vallen. Zij zijn “slechts” vrijwilligers die aan beide kanten een probleem moeten tackelen. Toch zullen zij hun best doen voor mij en dat kan ik alleen maar zeer waarderen. Bijkomend probleem voor hen is echter dat een van de jongens van Algerijnse afkomst blijkt te zijn en dus niet bekend is in de Marokkaanse gemeenschap.

Dus… terwijl deze jongen nota bene vanmiddag nog vrolijk door mijn straat fietste kan ik hém op geen enkele manier aanpakken. Beledigen, intimideren, bedreigen, hij kan/mag het allemaal.
En ik? Ik wacht nog steeds. Op de wijkagente die mij terug zou bellen.
Afgelopen vrijdag heb ik nog maar eens gebeld en begrepen dat het op zijn vroegst dinsdag zal gaan worden. Op zijn vroegst! Meer dan een week geleden!
In de tussentijd gaan deze jongetjes vrolijk door met het afbreken van alle pogingen die de Marokkaanse, Turkse, Algerijnse, wat kan mij het schelen welke, gemeenschap doet om geaccepteerd en gerespecteerd te worden. Waar vooroordelen en oordelen in de maatschappij al veel verdeeldheid zaaien doen dit soort rotjochies hun uiterste best om er nog een schepje boven op te doen.
Bedankt etterbakjes, als zelfs de wijkagente jullie niet meer de moeite waard vindt om voor overeind te komen hebben jullie inderdaad de straat gewonnen.

Voor diegenen die zich de afgelopen week verbaasd hebben over mijn ogenschijnlijke geduld: ik heb zeer bewust de keus gemaakt om niet aan te kloppen bij mensen waarvan ik kan verwachten dat zij wel iets voor mij kunnen betekenen om het proces te versnellen. Natuurlijk heb ik hulp aangeboden gekregen van een aantal raadsleden, van verschillende partijen, waarvoor overigens mijn oprechte dank en waardering. Tot vanavond heb ik die hulp echter afgewezen want wat ik ervaren heb deze week zou iedereen kunnen overkomen en juist die ervaring wil ik niet ontlopen en graag met mijn raad en college delen. Ik ben niets meer of minder dan Truus uit de buurt.
Lieve mensen, Truus uit de buurt kent u niet en u kent haar niet. Zij moet het doen met de politie, met de wijkagent. En na deze week kan ik u vertellen: ik begrijp dat Truus het opgeeft, ik begrijp dat zij vanuit haar machteloosheid voortaan afgeeft op zowel Marokkaanse k*tjochies als op de politie.
Op de agenda voor de commissievergadering van donderdag 11 juni aanstaande staat o.a. de aanpak van overlast door jongeren in Huizen. Ik hoop van harte dat raadsleden mijn verhaal in hun achterhoofd houden.
Theorie en praktijk, twee werelden van verschil.

Tenslotte nog dit, morgen ga ik melding doen van bedreiging en een klacht indienen bij de politie over de afhandeling van mijn hulpvraag. Mijn vertrouwen in het systeem is inmiddels tot een nulpunt gedaald. Waakzaam en Dienstbaar? Ik kan net zo goed de klantenservice van T-Mobile bellen, die hebben nog een betere reputatie.

Het oordeel van de reclamecodecommissie over dé poster.

Het oordeel van de Commissie

De Commissie kwalificeert de onderhavige reclame-uiting als commerciële reclame. Doel en strekking van de uiting is onmiskenbaar om de aandacht van het publiek op adverteerder als lokale omroep te vestigen, mede gelet op de oproep haar mediadiensten te volgen (“Hoor. Zie. Volg”). Er wordt in de uiting geen mening geponeerd maar slechts een vraag gesteld. Degene die in de abri kennis neemt van die vraag heeft niet de gelegenheid daarop aan adverteerder een antwoord te geven. Dat is ook niet de bedoeling van de vraag. De Commissie verwerpt derhalve het standpunt van adverteerder dat de uiting dient te worden gezien als een bijdrage aan het maatschappelijk debat die is bedoeld om ervoor te zorgen dat mensen over dit onderwerp praten. De poster vraagt aandacht voor het product van adverteerder. Niet meer en niet minder. Anderzijds verwerpt de Commissie het standpunt van klager dat sprake is van een “publiciteitsstunt”. De Commissie acht het aannemelijk dat adverteerder met de reclame-uiting, die onderdeel is van een campagne waarin ook naar andere regionale nieuwsthema’s wordt verwezen, slechts beoogt op een prikkelende wijze een lokale doelgroep aan te spreken die is geïnteresseerd in regionaal nieuws.

Adverteerder heeft de vrijheid in haar reclame-uitingen te refereren aan lokale en regionale thema’s waarover zij als pers vrij en kritisch mag berichten. Er dient echter wel onderscheid te worden gemaakt tussen de mededelingen die adverteerder met een commercieel doel in reclame-uitingen doet en de onafhankelijke berichtgeving in de media die zij exploiteert. Het doen van uitingen met een commercieel doel valt weliswaar onder de vrijheid van meningsuiting, maar bij dergelijke uitingen weegt het belang van deze vrijheid minder zwaar dan bij uitingen die een maatschappelijk of sociaal doel dienen. Bij laatstbedoelde uitingen behoort derhalve met een grotere mate van terughoudendheid te worden getoetst.

De Commissie zal in de eerste plaats beoordelen of de klacht onnodig kwetsend is voor moslims in het algemeen. Hierbij stelt de Commissie voorop dat op grond van de aan adverteerder toekomende vrijheid van meningsuiting slechts in duidelijke gevallen plaats is voor het oordeel dat een uiting de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat. Daarbij is voorts relevant dat de norm ‘nodeloos kwetsend’ subjectief van aard is, zodat ook om die reden een terughoudende beoordeling door de Commissie gepast is. Bij een subjectieve norm is de invulling afhankelijk van de persoonlijke waardering en opvattingen van degene die met de uiting wordt geconfronteerd. Bij een dergelijke norm dient te worden volstaan met te toetsen of naar de huidige algemene maatschappelijke opvattingen de uiting de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat. Voor het oordeel dat een reclame-uiting nodeloos kwetsend is, is alleen plaats indien buiten twijfel is dat volgens de geldende maatschappelijke opvattingen het ontoelaatbaar moet worden geacht op een dergelijke wijze reclame te maken. Daarbij dient te worden gelet op het verdere kader waarin de uiting wordt gedaan. Uitgaande hiervan oordeelt de Commissie als volgt.

Adverteerder verwijst in de bestreden uiting specifiek naar “jihadgezinnen”, welke term niet door haar is bedacht. Naar het oordeel van de Commissie verwijst deze term niet naar de gehele moslimgemeenschap maar slechts naar personen waarvan blijkbaar werd gedacht dat zij in gezinsverband van plan waren naar Syrië te reizen teneinde daar om geloofsredenen deel te nemen aan de gewapende strijd. De Commissie begrijpt dat het twee gezinnen betreft waarover in september 2014 veel ophef is ontstaan. In de uiting wordt naar deze gezinnen verwezen met de vraag of er meer van dergelijke gezinnen zijn. Dat het specifiek deze gezinnen zijn, blijkt uit het gebruik van het woord “Huizen” dat zowel de betekenis “wonen” heeft als een aanduiding van de gelijknamige plaats is waar zij wonen, geïllustreerd met voor inwoners van Huizen duidelijk herkenbare gebouwen uit die plaats. Dit een en ander is niet van dien aard dat daardoor bepaalde negatieve suggesties ten aanzien van moslims worden gewekt, derhalve acht de Commissie de uiting niet nodeloos kwetsend voor moslims in het algemeen.

Het voorgaande ligt anders ten aanzien van de twee gezinnen in Huizen waarnaar in de reclame-uiting duidelijk wordt verwezen. In de uiting wordt een kwalificatie van hen gegeven (“jihadgezinnen”) die naar het oordeel van de Commissie voor de grote meerderheid van de bevolking een zeer negatieve connotatie heeft, immers in verband zal worden gebracht met terreur. Alle betrokken gezinsleden, ook voor zover het betreft jonge gezinsleden en gezinsleden die geen initiatief hebben genomen of plannen hadden om naar Syrië te reizen, zullen zich hierdoor aangesproken voelen en worden door de uiting ongevraagd in een negatief daglicht geplaatst. Gelet op het feit dat de posters mede in Huizen zijn gepubliceerd, zal dit hen en anderen in de betrokken regio niet zijn ontgaan.

De Commissie oordeelt op grond van het voorgaande dat de bestreden uiting de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat. Zij acht het ontoelaatbaar om reclame te maken op een wijze die specifieke personen in een negatief daglicht stelt op zodanige wijze dat duidelijk is dat aan hen wordt gerefereerd, waarbij confrontatie met de uiting onvermijdelijk lijkt en de betrokkenen geen aanleiding of toestemming hebben gegeven om in reclame op een dergelijke wijze naar hen te verwijzen. De uiting is kwetsend door de negatieve aanduiding die van de gezinnen (in feite de gezinsleden) wordt gegeven. De uiting is nodeloos kwetsend omdat voor adverteerder geen noodzaak bestond op de onderhavige wijze aan de betrokken gezinnen te refereren. Dit klemt te meer omdat, zoals adverteerder heeft erkend, is gebleken dat in ieder geval ten aanzien van één van die twee gezinnen vaststaat dat de verdenking niet op de feiten bleek te berusten. De Commissie oordeelt derhalve dat de bestreden reclame-uiting in strijd met artikel 4 NRC is, uitsluitend voor zover het betreft de gezinnen waaraan in deze uiting wordt gerefereerd.
De reclame-uiting is niet van dien aard dat zij in strijd is met artikel 2 NRC (goede smaak en fatsoen). In zoverre treft de klacht geen doel. Van strijd met artikel 7 NRC is evenmin gebleken nu de Commissie van oordeel is dat in de reclame-uiting niet de suggestie besloten ligt dat adverteerder een programma over “jihadgezinnen” gaat maken.

Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissinq
De Commissie acht op grond van het voorgaande de reclame-uiting — ten aanzien van de gezinnen waaraan in deze uiting wordt gerefereerd — in strijd met artikel 4 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Voor het overige wijst zij de klacht af.

Moet alles wat kan ook kunnen…?

Tags

, ,

Vanzelfsprekend heeft iedereen het recht op vrije meningsuiting. Maar… bestaat er naast het recht op vrijheid van meningsuiting ook een recht om verschoond te blijven van andermans oprispingen?
Wat als die vrije mening op zodanige manier wordt verspreid dat het onmogelijk wordt om er aan voorbij te gaan?
De poster van rtv-nh heeft in ieder geval zoveel stof doen opwaaien dat de reclamecodecommissie zich nu over de vraag buigt of de klachten die zij over deze poster heeft ontvangen terecht waren.

Al eerder schreef ik dat ik in verwarring was met betrekking tot het argument vrijheid van meningsuiting. Rtv-nh maakt met haar reactie op de ophef over de poster de verwarring alleen nog maar groter. Afwisselend noemt zij de poster reclame of een journalistieke vraag bij een regionaal thema en trekt vervolgens de kaart van de vrije meningsuiting.

Ik kreeg bij toeval de kans om bij de hoorzitting van de reclamecodecommissie aanwezig te zijn en mijn mening te geven:

– Het betreft hier géén journalistieke vraag. Als er namelijk werkelijk sprake zou zijn geweest van een zuiver journalistieke vraag behoort deze gesteld te worden aan de juiste instanties. Dit zijn onder andere de AIVD en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Een journalistieke vraag zou weliswaar tevens reclame kunnen zijn áls zij zou verwijzen naar een programma dat binnenkort het antwoord op deze vraag zal leveren. Dat een dergelijk programma niet bestaat of verwacht wordt is in mijn ogen misleiding.

– Rtv-nh stelt dat het haar maatschappelijke verantwoording is om actuele regionale thema’s aan de orde te stellen. Maar: Jihadisme vormt in het Gooi niet een aantoonbaar groter probleem dan in de rest van Nederland. Het onderwerp was inderdaad in de gemeente Huizen in september 2014 actueel maar dat is inmiddels wel 9 maanden geleden. Er is in Huizen een speciaal telefoonnummer ingesteld dat welgeteld 6 keer gebeld is door inwoners die vragen hadden of zich zorgen maakten. Helaas heeft rtv-nh van dit telefoonnummer zelf geen gebruik gemaakt anders had zij geweten dat het onderwerp lang niet zo veel leeft als zij zelf suggereert. Tot zover ook de journalistieke moeite die rtv-nh heeft genomen om een antwoord te vinden op haar eigen vraag…

– De ophef die over de posters is ontstaan ziet rtv-nh als het bewijs dat jihadisme in het Gooi een relevante maatschappelijke vraag is. Dit is een drogredenering. De ophef die is ontstaan gaat niet over jihadisme in Huizen of het Gooi maar over de vraag of deze reclame wel of niet binnen de grenzen van fatsoen blijft.

– De vraag, op deze wijze gesteld, zet aan tot gevoelens van angst en tot tweestrijd.
Enerzijds, gevoelens van angst voor jihadisme, dat zich per definitie aan het gewone oog onttrekt. Er is maar één zekerheid als het gaat over jihadisme; elke jihadist noemt zich tevens moslim.
Waar jihadisten als zodanig niet herkenbaar zijn gaat dit niet op voor moslims. Zij zijn als groep wél herkenbaar. De vraag wakkert angst voor moslims aan.
Anderzijds veroorzaakt deze vraag ook gevoelens van angst voor islamofobie en de soms extreme uitingen daarvan. Deze angst bestaat zowel onder moslims als onder niet-moslims.
Door de wijze van het stellen van de vraag (retorisch) heeft rtv-nh veel maatschappelijke onrust veroorzaakt en daarmee het effect bereikt dat zij zocht. Op geen enkele manier is het algemeen belang hiermee gediend.

Mijn grootste bezwaar tegen deze posters is echter dit:
– Door de woordspeling Huizen, de bijzondere woningen uit Huizen op de achtergrond en het gebruik van de woorden NOG ANDERE JIHADGEZINNEN is het onmiskenbaar: de poster verwijst naar de 2 gezinnen die eerder in het nieuws kwamen.
Tot die gezinnen horen 5 jonge kinderen, kinderen die inmiddels al een flink trauma hebben opgelopen.
Deze kinderen zitten in Huizen op school en moeten hier na alles wat er is gebeurd hun leven weer op de rit krijgen.
De poster van rtv-nh was niet te missen, ook niet voor kinderen. Niet alleen deze 5 kinderen maar ook hun klas- en schoolgenootjes worden hierdoor opnieuw geconfronteerd met en betrokken bij een zaak waar zij niets aan kunnen doen en waar zij buiten gehouden zouden moeten worden.
Het argument dat het de verantwoording van de ouders is gaat hier niet op, het is rtv-nh die ervoor heeft gekozen opnieuw de aandacht op deze gezinnen te vestigen. En daar ligt mijns inziens een terechte reden voor een klacht bij de reclamecodecommissie want:

Bij het beoordelen of reclame de grenzen van het goed fatsoen overschrijdt wordt mede gelet op de wijze waarop zij is gepubliceerd en het effect dat zij op het publiek heeft. Bij een uiting die op een zodanige wijze wordt gepubliceerd dat het publiek zich niet aan confrontatie daarmee kan onttrekken, zijn de grenzen van hetgeen toelaatbaar kan worden geacht eerder overschreden dan bij uitingen die op een andere wijze worden gepubliceerd. Hierbij dienen onder meer de frequentie waarmee men de uiting ziet en de situering van de uiting te worden meegewogen.
Wanneer er ook kinderen worden geconfronteerd met de reclame dient de maker zich nog meer bewust te zijn van de effecten.

Het oordeel van de reclamecodecommissie zal naar verwachting nog twee à drie weken op zich laten wachten.
Mijn eigen oordeel heb ik inmiddels na afweging van alle argumenten wel gevormd.
Vrijheid van meningsuiting is een groot goed maar gaat het boven het recht van kinderen om beschermd te worden tegen de slimme jongens van een reclamebureau? Ik vind van niet.

Wat nou, vrijheid van meningsuiting?

Tags

, , ,

Na de posters van rtv-nh lijkt de storm weer te zijn overgewaaid. Toch is het in mij nog niet rustig geworden.
Ik was een van de velen voor wie het licht op rood sprong. Het is moeilijk onder woorden te brengen waarom ik mij zo hard geraakt voelde.
Hou ik soms zoveel van Huizen dat elke negatieve beeldvorming mij persoonlijk kwetst? Dacht het niet. Ben ik zo overtuigd dat angst voor radicalisering geen enkele grond heeft? Dacht het ook niet. Neem ik reclame ooit serieus? Dacht het nog minder.
Waarom dan toch het gevoel dat ik een klap in mijn gezicht kreeg?
Helaas, ik kom tot de conclusie dat ik wel degelijk bang ben voor radicalisering. Alleen niet in de betekenis die het in de huidige tijd heeft gekregen.
Het is de opkomst van het extreme wij/zij denken waar ik zo bang voor ben. Sinds “hij, die tenminste durft te zeggen wat wij allemaal denken” zo veel fans heeft gevonden lijkt het wel onmogelijk geworden om geen kant te kiezen.
Sinds Geert is het mode geworden om zo grof mogelijk een punt te maken. Hangjongeren, moslims, allochtonen, vluchtelingen, alles wordt op één grote hoop gepleurd en neergezet als gevaarlijk, crimineel en hopeloos. Beledigen is goed, kwetsen nog beter.
Wie om een andere manier van discussiëren vraagt wordt ogenblikkelijk uitgemaakt voor ‘gutmensch’ (wat dat dan ook moge zijn) en ervan beschuldigd de ogen dicht te doen voor de werkelijkheid. Want er is natuurlijk maar één werkelijkheid; die van Geert.
Ik zie ze om me heen ontstaan, de kampen met voor- en tegenstanders, ik heb in mijn familie mogen zien en ervaren hoe de splijtzwam zijn werk doet. En het maakt me bang, de vraag: “wat zou je doen?” komt steeds dichterbij voor mij. Geef ik mijn recht op de vrijheid van een andere mening op voor de lieve vrede? En wat is zo’n lieve vrede dan eigenlijk waard?
Dit alles was de reden dat mijn licht op rood ging en dat ik zonder al te lang na te denken het afplakken van de posters een gepast antwoord vond.
Tót de reactie van een twitteraar die zijn verbazing uitsprak dat ik, altijd op zoek naar een open discussie, op deze manier het recht op vrijheid van meningsuiting te kort wilde doen.
Ho, shit, dáár had ik nog niet op die manier over nagedacht. Precies daarom is de storm in mij nu nog niet gaan liggen, ik denk, pieker en peins me een versuffing. “Wat zou je doen?” in een hele andere vorm.
Ik luister naar rtv-nh die verklaart dat de poster gewoon reclame is. Maar dan vraag ik me af: reclame waarvoor? Voor de gemeente Huizen? Voor Jihadgangers op zoek naar woonruimte in het Gooi? Voor rtv-nh die zulke goede journalistiek bedrijft dat ze een vraag stelt waar niemand een bewijsbaar antwoord op heeft?
Wacht even, reclame, dat is dus geen mening, toch? En een open vraag is al evenmin een mening. Zo beschouwd zijn de mensen die tegen de posters ageren , waaronder ik dus, de enige die een mening geven. In dat geval ben ik dus helemaal niet de vrijheid van meningsuiting aan het beperken, integendeel, ik ben gebruik aan het maken van mijn recht op die vrijheid.
Anders bekeken dan: stel het is, weliswaar vermomd als reclame of vraag, toch een mening die rtv-nh verspreidt… wat is dan de boodschap die ik er uit opmaak? Het lijkt het een retorische vraag.
Dan ben ik weer terug bij af want als de boodschap van rtv onder het recht op vrijheid van mening valt dan is ook het afplakken van zinsdelen op de posters nog steeds het geven van een mening, al is het een andere, beiden vallen onder hetzelfde recht.
Ik denk dat het onderzoek naar mijn eigen geweten nog wel een tijdje kan duren en ik betwijfel of ik er überhaupt uit ga komen. Wie nog iets toe te voegen heeft aan mijn twijfels, voel je vrij……
Tot slot wil ik ook nog even dit kwijt: de aller-, allerzinnigste opmerking die ik in alle discussies voorbij heb zien komen kwam van Henk Brandsma; moslims en jihadisten zijn geen synoniemen….
Wie bij de term jihadist aanneemt dat het over dé moslims gaat discrimineert.
Ik geef me over. Henk Brandsma, respect! Je hebt mij een boeiende spiegel gegeven.

Reactie op artikel over geheimhouding in de Gooi- en Eemlander.

Geachte redactie,

Het artikel over de niet geschonden geheimhouding door wethouder Verbeek en het onderzoek dat de burgemeester van Huizen hiernaar heeft laten verrichten is vooral insinuerend van aard.
U doet onze gemeente en onze burgemeester zwaar tekort, er is geen sprake van hoor-wederhoor geweest en van een echte analyse is ook al geen sprake.
Ik begrijp het even niet, ligt het nu in de bedoeling om regionaal nieuws te brengen of is de Gooi- en Eemlander het podium voor 1 politieke partij geworden?
Mijnheer Bikkers omschrijft zichzelf in de raadsvergadering van 19 maart jongstleden als een oude aap die niet meer in staat is nieuwe kunstjes te leren. Het lijkt mij een treffende omschrijving. Jammer dat uw journalist niet begrijpt dat je oude apen beter met rust kunt laten.
Als de Gooi- en Eemlander graag regionaal nieuws wil brengen mag het dan ook alstublieft van enige kwaliteit zijn?

Met vriendelijke groet,
D. Vrijmens,
inwoner en raadsvolger,
Huizen.

P.s. Wat mij betreft kunt u dit beschouwen als een ingezonden brief.

Spreken is zilver, zwijgen is goud….

Tags

Over de zin en de onzin rondom alle speculaties over geheimhouding die niet doorbroken is.

De kranten staan er in ieder geval vol mee; wethouder Verbeek heeft géén geheimhouding verbroken of de belangen van de gemeente geschaad door in een interview met Jaap Kos van 6fm te betwijfelen of de oude plannen voor het Keucheniusgat in Huizen nog wel wenselijk c.q. haalbaar waren.
Op aandringen van de VVD heeft de burgemeester hiernaar een onderzoek laten verrichten en vervolgens besloten de conclusies op de agenda van de raadsvergadering laten zetten, te behandelen tijdens een besloten deel.
Na bespreking van het onderzoek in beslotenheid zullen de uitkomsten dan per direct openbaar gemaakt worden.
De VVD maakt vervolgens bezwaar tegen het feit dat dit in een besloten deel zou gebeuren en krijgt hierin bijval van de PvdA en Leefbaar Huizen. Deze partijen dringen er op aan dat het hele onderzoek in de openbaarheid wordt besproken. De suggestie wordt gewekt dat de burgemeester de wethouder in bescherming neemt door op het onderzoek geheimhouding te leggen.
In een lokale krant wordt deze suggestie nogmaals aangezet, de lezer wordt geacht te begrijpen dat de burgemeester hier niet helemaal fris in staat.
Hoewel de verontwaardiging van de oppositiepartijen op het eerste gezicht oprecht lijkt ben ik toch van mening dat hier een zeer dubieus spelletje wordt gespeeld.
Wat wil het geval? Over het Keucheniusterrein heeft het vorige college plannen en afspraken met ontwikkelaars gemaakt. Deze afspraken staan omschreven in het zogeheten S.O.K., wat een afkorting van samenwerkingsovereenkomst Keucheniusstraat lijkt te zijn. Op het overgrote deel van deze overeenkomst rust geheimhouding. Tot deze geheimhouding is door het vorig college besloten. En hier wordt het leuk want: in het vorig college zat behalve het CDA ook de VVD, PvdA en Leefbaar Huizen.
Ik mag er dus met een gerust hart van uitgaan dat de geheimhouding op de SOK door deze partijen als terecht werd ervaren en als noodzakelijk werd gezien.
Wethouder Verbeek wordt echter zodra zij in een interview zegt dat het niet per definitie vast staat dat plannen van 20 jaar geleden heden nog wenselijk c.q. haalbaar zijn keihard aangevallen. Haar opmerking zou de geheimhouding die op het SOK rust geschonden hebben en/of de belangen van de gemeente hebben geschaad. Nu blijkt uit het onderzoek dat de burgemeester heeft laten uitvoeren dat dit niet het geval is. Maar als de burgemeester het betreffende onderzoek openbaar maakt komen ook de onder geheimhouding liggende stukken daarmee in de openbaarheid. Het lijkt mij dan ook logisch dat de burgemeester ervoor kiest om alleen de conclusie van het onderzoek in de openbaarheid te brengen en de inhoud van het onderzoek in een besloten deel van de vergadering bespreekbaar te maken.
De suggestie dat de burgemeester de beslotenheid kiest om de wethouder te beschermen past misschien wel een onwetende burger maar zeker geen ervaren politici, nota bene van partijen die eerder deel uitmaakten van het college dat tot de geheimhouding in deze kwestie heeft besloten. Als deze raadsleden in een eerder stadium zulke ernstige bezwaren hadden gemaakt tegen de beslotenheid zou ik hun huidige reactie beter kunnen begrijpen.
Wat mij verbaast is dat de VVD in de raadsvergadering van maart 2015 doodleuk art. 9.4 van het SOK aanhaalt. Daarin staat dat de gemeente haar uiterste best zal doen om de voorkeursrechten te behouden. Deze voorkeursrechten zijn echter komen te vervallen toen de Raad van State delen van het plan vernietigde. De gemeente had deze rechten kunnen behouden als zij binnen 1 jaar na dat vonnis een nieuw bestemmingsplan had gemaakt dat aan alle eisen voldeed. Dat jaar is verstreken sinds september 2014. Voor wie het is vergeten: het nieuwe college is pas sinds april 2014 een feit. Het oude college had dus al 7 maanden de kans om dat nieuwe bestemmingsplan vorm te geven. Hetgeen zij niet gedaan heeft. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat de voorzitter van de VVD op het moment dat hij ongehinderd door enige vorm van terughoudendheid uit het SOK citeert zelf de positie van projectontwikkelaar inneemt of op zijn minst de bal voor hen klaar legt.
Mij lijkt de vraag wie er nu eigenlijk de belangen van de gemeente schaadt een vervolgonderzoek waard. Maar als ik dan in aanmerking neem dat zo’n onderzoek een flinke smak gemeenschapsgeld kost ben ik ook wel weer blij dat raadsleden zo wijs zijn geweest hier verder niet op in te gaan.
Dezelfde wijze man die mij ooit de raad gaf vooral niet te reageren op iemand die opgewonden raakt van aandacht bracht me ook een oud gezegde in herinnering: In de krant van vandaag wordt morgen de vis verpakt. En dat zou de journalist die steeds vaker de spreekbuis lijkt te zijn van één raadslid in het bijzonder zich ook wel eens mogen realiseren…

Lekker belangrijk…. commissievergadering sociaal domein 7/04/2015

Tags

,

Dinsdag 7 april is het weer zover: commissievergadering Sociaal Domein. Aanvang 20.00, gemeentehuis van Huizen.
Wat mij betreft zijn er alvast twee punten interessant.

Allereerst: Naar aanleiding van de bezuinigingen op de thuiszorg en de daarmee gepaard gaande keukentafelgesprekken is er een overzicht van de stand van zaken aan de raad verstrekt. Hieruit blijkt dat er ongeveer de helft van het aantal te voeren gesprekken inmiddels is gevoerd.
Ongeveer 20% van de mensen die te maken krijgen met een korting op het aantal uren huishoudelijke hulp tekenen hiertegen bezwaar aan.
Volgens wethouder Bakker worden deze bezwaren voor een belangrijk deel aangezet door thuiszorgmedewerkers. Zij zouden uit angst hun baan te verliezen mensen adviseren bezwaar aan te tekenen.
Over deze bewering stelt de PvdA de vragen, o.a. of de wethouder voor deze bewering ook bewijzen heeft.
Persoonlijk vind ik het zonder verdere onderbouwing beweren dat de bezwaren tegen de bezuinigingen eerder uit de hoek van de thuishulp lijken te komen dan van de cliënt zelf ook nogal een trap tegen de schenen van huishoudelijke hulpen. Zij kunnen zich hier niet tegen verdedigen. Daarom ben ik zeer benieuwd naar de antwoorden van wethouder Bakker.

Vervolgens:
Na alle slecht nieuws berichten over bezuinigingen die de zwakkeren in de samenleving treffen een heel klein lichtpuntje voor eventueel getroffen inwoners van Huizen.
Na de invoering van alle decentralisaties zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de manier waarop zij mensen met een chronische ziekte of handicap ondersteunen.
De overdracht van taken van het rijk naar gemeenten zorgt ervoor dat er grote verschillen mogelijk zijn tussen gemeenten. Tenslotte mogen gemeenten nu zelf uitmaken op welke manier en onder welke omstandigheden zij hulp bieden.
Waardoor bijvoorbeeld in de ene gemeente de huishoudelijke hulp helemaal wordt afgeschaft en in de andere gemeente geen mogelijkheid meer is om een beroep te doen op financiële ondersteuning bij de aanschaf van hulpmiddelen.
In de komende commissievergadering buigen de leden zich over een voorstel om het volgende artikel toe te voegen aan de verordening WMO in Huizen:

Artikel 8. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen:
Het college kan op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.

In het kort gezegd komt dat er op neer dat inwoners van Huizen die te maken hebben met veel extra kosten als gevolg van een handicap of chronische ziekte nog een beroep kunnen doen op een, zij het bescheiden, financieel steuntje in de rug door de gemeente.
Wat mij verbaast is dat dit het nieuws niet lijkt te halen, het is gewoon een van de zoveel agendapuntjes, het lijkt verder niet zo belangrijk. Er valt geen stevig debat uit te halen, geen punten in de krant te scoren of andere politiek vuurwerk mee te ontsteken.
Maar… belangrijk is het wel.
Dat realiseerde ik me toen ik deze week het bericht kreeg dat iemand uit mijn naaste familie een herseninfarct had gehad.
Blijvende schade, zeggen de artsen.
Op zijn minst is de aanschaf van een rolstoel, het aanpassen van het huis, traplift, badkamer e.d. noodzakelijk. Vervoer is nog een vraagteken, zal zij zelf ooit weer kunnen rijden dan is ook de auto aan grondige aanpassing toe.
En dat zijn dan nog maar de éénmalige aanpassingen.
Deze persoon is niet alleen getroffen door een herseninfarct, zij zal de rest van haar leven voor veel zorg en hulp afhankelijk zijn van anderen. Extra triest is dat zij zelf altijd actief is geweest in de zorg maar in crisistijd is ‘wegbezuinigd’.
Dus: geen uitkering vanwege arbeidsongeschikt worden. Zij had immers al geen werk meer.
Geen bijstand, ze is getrouwd en haar man heeft een redelijk inkomen.
Helaas, dat redelijke inkomen zal niet toereikend zijn voor alle extra kosten. Geen vakantie meer voor dit gezin, geen bijles meer voor de jongste dochter en weg met de clubjes.
Overigens ook: geen vrijwilligerswerk meer in het ouderencentrum, geen opvang meer voor huisdieren waarvan het baasje overleden is, geen participatie meer door deze mevrouw.
Maar: deze confrontatie met een harde werkelijkheid is precies de reden dat ik zo blij ben met het beleid in onze gemeente.
Als deze mevrouw in Huizen had gewoond zou ze misschien in aanmerking komen voor een kleine ondersteuning; het verschil tussen wel of geen bijles voor haar jongste, het verschil tussen de traplift of slapen op de bank, het verschil tussen…. verzin het maar.
Hoezo een onopvallend agendapunt?
Niet eerder in het afgelopen jaar heb ik me zo gerealiseerd hoe belangrijk de agendapunten zijn die het nieuws niet halen, waar geen grote koppen de krant vullen, waar politici niet over en op elkaar springen maar gewoon in stilte doen waar ze zo hard voor nodig zijn: goed zorgen voor de burger.

Daarom: morgenavond 20.00 op de tribune van de raadszaal of via de live-stream, commissievergadering Sociaal Domein, gemeente Huizen.

Gedonder in ‘t vooronder.

Tags

,

Verleden week bezocht ik als gewoonlijk de raadsvergadering in Huizen. De publieke tribune was gelukkig goed gevuld, onder de gasten dit keer ook een columnist voor het Binnenlands Bestuur. Zijn bezoek resulteerde in een schitterende column waar hij gehakt maakt van de manier waarop Carel Bikkers zijn vragen/opmerkingen ventileert. Ook van de reacties van de wethouder en de voorzitter, burgemeester is hij niet onder de indruk.
Zoals ik al eens eerder gezegd heb, soms zijn onze raadsvergaderingen net cabaretvoorstellingen. Het hoogtepunt van de voorstelling liet ook dit keer niet lang op zich wachten.
Carel Bikkers, die de afgelopen tijd voortdurend de lokale nieuwsbladen weet te vullen ging er vol enthousiasme op los. Omstandig nam hij het woord, totaal overbodig deelde hij en passant mede dat hij pas jarig was geweest en ter ere van die gelegenheid een goed gesprek had gehad met zijn vrouw. Haar advies om af en toe ook eens iets vriendelijks te zeggen zou hij vanavond maar eens opvolgen.
En dat hebben we geweten.
In het kort komt het er op neer dat het college verschrikkelijk onverantwoord bezig is in het Keucheniusgebied. Het voorkeursrecht voor de gemeente op een paar percelen in dit gebied is in september 2014 vervallen en dit moet natuurlijk worden doorgegeven aan het kadaster. Dat doorgeven is in februari 2015 gebeurd. Oei, daar zitten wel 4 ruime maanden tussen. Vragen over dit onderwerp heeft de VVD al eerder aan het college gestuurd maar de snelle schriftelijke antwoorden die hierop volgden was natuurlijk niet wat mijnheer Bikkers graag wilde.
Hij wilde en kreeg juist kans om de pers te gebruiken om een punt te maken en deed dit punt in de raad nog eens dunnetjes over, “wat er allemaal niet had kunnen gebeuren, dat gelukkig niet gebeurd is. Maar stel, stel nou, dat het wel gebeurd zou zijn, het had toch zomaar kunnen gebeuren dat,… enz.”
Zoals een van mijn lieve vrienden dit samenvatte: “Als mijn zus een piemel had gehad was ze waarschijnlijk mijn broertje geweest.”
Na een kwartier lang omstandig uitleggen wat er allemaal niet gebeurd was maar wel had kunnen gebeuren vergat mijnheer Bikkers zijn voornemen om vriendelijk te blijven.
Het zou namelijk zo kunnen zijn dat de wethouder een in 2013 opgelegde geheimhouding heeft geschonden door in een interview aan te geven dat plannen van 20 jaar geleden in deze huidige tijd niet meer wenselijk zijn.
Het venijnige aan deze laatste beschuldiging is dat de wethouder er niets op terug kan zeggen. Als ze inhoudelijk op de beschuldiging in gaat zal ze daarmee alsnog de geheimhouding schenden. Als ze er niet op ingaat zal het lijken of de beschuldiging terecht is. House of cards, live in Huizen.
Voor ons burgers wordt het helemaal onmogelijk om hier zicht op te krijgen. Als iets onder geheimhouding valt weten wij, burgers, dus niet wat het geheim is. Daardoor kunnen we ook niet uit een interview opmaken of wat de wethouder zegt deze
geheimhouding schendt.
De rest van de vergadering heeft de columnist niet afgewacht of hij heeft om een andere reden een niet onbelangrijk deel van de voorstelling gemist. In het geheel niet onopvallend verliet mijnheer Bikkers namelijk meer dan eens zijn raadszetel voor een onderonsje met mijnheer Kos, oud-wethouder en als reporter voor radio 6FM degene die het interview met wethouder Verbeek had gehad. De verleiding om iets naar voren te buigen om mee te kunnen genieten was groot maar ik heb er toch maar niet aan toegegeven.
Terecht merkt de columnist op dat in Huizen ego’s de politiek beheersen. Zijn conclusie over de eigenaren van die ego’s deel ik niet volledig.
Dat het ego van mijnheer Bikkers zo langzamerhand een storende factor in de raad is mag duidelijk zijn. Hoewel ik eerst nog geneigd was te denken dat de goede man nog een tijdje nodig had om aan zijn nieuwe rol te wennen betwijfel ik inmiddels of hij nog vóór zijn pensioen toekomt aan het voeren van constructieve oppositie. Met de nadruk op constructief.
Wat de columnist niet goed begrepen heeft, en dat kan ook niet anders wanneer je hier nieuw komt, zijn de reacties van het college en overige raadsleden.
De columnist merkt op dat mevrouw Verbeek gespannen reageert op de verwijten van mijnheer Bikkers. Zoals ik al probeerde uit te leggen, mevrouw Verbeek kan het niet maken om niet te reageren, daar is de beschuldiging te ernstig voor en tegelijkertijd kan ze er niet inhoudelijk op ingaan want dan zou de beschuldiging ter plekke een feit worden. Tel daarbij op dat de constructieve oppositie van mijnheer Bikkers er vanaf dag 1 uit heeft bestaan zijn insinuerende pijlen om mevrouw Verbeek te richten, dan lijkt het me niet meer dan natuurlijk dat haar reactie inmiddels blijk geeft van ongeduld en ergernis.
Verder verbaast het de columnist dat de voorzitter, tevens de burgemeester, niet ingrijpt. Zelfs daar kan ik hoe ongebruikelijk dit ook mag zijn wel iets voor vinden. Zou de voorzitter een poging doen mijnheer Bikkers tot de orde terug te brengen dan kan hij erop rekenen dat de kaart van het slachtoffer getrokken zal worden. “ik mag toch zeker wel gebruik maken van mijn democratisch recht, het is mijn taak als raadslid om vragen te stellen, het kan toch zeker niet zo zijn dat de oppositie geen kritische opmerkingen mag maken, enz” Het zijn kreten die ik het afgelopen jaar veelvuldig voorbij heb horen komen, vaak gevolgd door een schorsing die de behoefte aan dramatiek tegemoet komt.
Waarop raadsleden steeds weer dezelfde positie kiezen, bijval of aanval. De rituele paringsdans die kennelijk onderdeel van het spel uitmaakt. Maar die tijd kost, de aandacht afleidt van wat er werkelijk toe zou moeten doen en die tot niets leidt.
Het “democratisch recht op vragen stellen” wordt stelselmatig gebruikt om ‘democratisch’ te insinueren of een eindeloze rij vragen op te stellen die geen duidelijk doel dienen.
Een wijs man gaf mij enige tijd geleden het beste advies inzake het omgaan met ego’s in de politiek. Ego’s worden gevoed door aandacht, aandacht bevestigt hen dat ze belangrijk zijn. Het beste antwoord is: geen.
Hoor het aan, glimlach vriendelijk, bedank voor zijn bijdrage, neem het ter kennisgeving aan en ga door met het volgende punt.
Ik geef dit advies van harte door aan mijn raad en college.
Het wordt hoog tijd voor een andere manier van politiek bedrijven in Huizen, aan u de eer.

P.s. Om misverstanden te voorkomen? Persoonlijk heb ik geen enkel bezwaar tegen schorsen, uitstekende gelegenheid om even een sigaretje te doen. Het mag alleen wat mij betreft zonder de dramatiek.